Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.3.10
10.3.10 Instructiebevoegdheid
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS303769:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de instructiebevoegdheid uitgebreid: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 413; Bartman & Dorresteijn 2013, p. 84-105; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 231.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 231.
Bartman & Dorresteijn 2013, p. 95; Van den Ingh 1988, p. 126; Van Schilfgaarde 2002, p. 129-130; Timmerman 1988, p. 66.
Voorgesteld wordt dan ook wel om het NV-recht in lijn te brengen met de bepaling voor de besloten vennootschap. Zie bijvoorbeeld: De Jong 2014, p. 36. Sommigen willen voor de beursgenoteerde vennootschap weer een uitzondering maken: De Jongh 2014, p. 438, 495-496; Boschma, Lennarts & Schutte-Veenstra 2014, p. 79.
Zie over het in mijn ogen beperkte risico op aansprakelijkheid als feitelijk beleidsbepaler: hoofdstuk 7, paragraaf 7.6.8.
Op grond van artikel 2:129/239 lid 4 BW is het mogelijk om een ander orgaan de bevoegdheid toe te kennen om het bestuur instructies te geven.1 De bevoegdheid moet haar grondslag vinden in de statuten. Vaak wordt de instructiebevoegdheid toegekend aan de algemene vergadering van aandeelhouders, waarbij met name kan worden gedacht aan de situatie waarin er sprake is van een groepsverhouding. Het is ook mogelijk de instructiebevoegdheid toe te kennen aan de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort.2
Bij de naamloze vennootschap is het slechts mogelijk aanwijzingen te geven op de algemene lijnen van het te voeren beleid op nader in de statuten aangegeven terreinen. Het onderscheid tussen deze instructies van algemene en specifieke aard is echter nauwelijks goed te maken.3 In het kader van het nieuwe BV-recht is op deze problematiek ingespeeld en is het thans mogelijk naast instructies van algemene aard ook instructies van specifieke aard te geven.4
Het bestuur (van de besloten vennootschap) dient deze instructies ook op te volgen, tenzij er naar het oordeel van de bestuurders sprake is van strijd met het vennootschappelijk belang. Met de systematiek van deze wettelijke bepaling heb ik moeite. Het vennootschappelijk belang wordt hier als een soort ondergrens geformuleerd (zie in dit verband ook de overweging in hoofdstuk 5 bij voetnoot 75). Zolang de beslissing maar niet in strijd is met het vennootschappelijk belang, mag de algemene vergadering van aandeelhouders de bestuurder allerlei soorten instructies geven en moet het bestuur die opvolgen. Volgens mij moet het vennootschappelijk belang worden beschouwd als een positieve norm. Het bestuur dient in beginsel onder alle omstandigheden het vennootschappelijk belang zo optimaal mogelijk te behartigen. Daarbij behoort naar mijn mening niet een bepaling waarin het vennootschappelijk belang als een (negatieve) ondergrens wordt geformuleerd.
Het ligt voor de hand om, mede gezien het hierboven overwogene met betrekking tot het aandelenbelang, het soort aandelen, overeenkomsten, stemmenkoop en empty voting, aan te nemen dat de aandeelhouder in verdergaande mate rekening moet houden met het vennootschappelijk belang wanneer er sprake is van een instructiebevoegdheid. De instructiebevoegdheid geeft de aandeelhouder immers aanvullende macht.
Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de instructiebevoegdheid, in tegenstelling tot de voornoemde omstandigheden, niet ziet op de macht van de aandeelhouder binnen de algemene vergadering van aandeelhouders (dan wel de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding), maar op de macht van de algemene vergadering van aandeelhouders (als orgaan) op het bestuur van de vennootschap, en dus op de vennootschap zelf. Indirect betekent dit echter ook dat de individuele aandeelhouder, wanneer hij deze vergadering domineert, meer macht toekomt en dus in verdergaande mate een verantwoordelijkheid heeft.5