Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4.2.2:4.2.2 De bewijsmaatstaf en bewijsvoeringslast
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/4.2.2
4.2.2 De bewijsmaatstaf en bewijsvoeringslast
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180263:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Noll 2006, p. 295.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragrafen heb ik op hoofdlijnen beschreven welke elementen in een asielprocedure vastgesteld moeten worden (de bewijsomvang). Over al deze elementen is nog veel meer geschreven. Indien meer informatie nodig is om het handelen van medewerkers van de IND te begrijpen, zal ik daarop nader ingaan in de volgende hoofdstukken waarin ik hun handelen beschrijf. De kern van de beoordeling van vluchtelingschap komt neer op de vraag of er sprake is van een ‘gegronde vrees voor vervolging’. Bij subsidiaire bescherming moet er sprake zijn van een ‘reëel risico op ernstige schade’. In de volgende paragrafen ga ik na met welke mate van zekerheid de gegrondheid van de vrees en het realiteitsgehalte van het risico moet worden aangetoond en wie verantwoordelijk is voor de bewijsvoering en dus voor het aandragen van de informatie op basis waarvan die inschatting kan worden gemaakt. Deze onderwerpen zijn slechts in beperkte mate geregeld in internationaal of EU-recht waarin slechts een aantal richtpunten worden gegeven.1
4.2.2.1 De bewijsmaatstaf4.2.2.2 De bewijsvoeringslast