Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.3.5
5.6.3.5 Beleidsregels
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS417458:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4:84 Awb en HR 28 maart 1990, nr. 25 668, BNB 1990/194 (m.nt. P. den Boer)
O.a. HR 10 augustus 2001, nr. 36 317, BNB 2001/361, Den Ouden 2002, p. 182 en Feteris 2007, p. 440 en 503.
Bijv. besluit Staatssecretaris van Financiën van 12 juni 2002, nr. CPP2002/1737, V-N 2002/29.16 (n.a.v. aankoopkostenarrest), beschreven in bijlage B.
Zie HR 28 maart 1990, nr. 25 668, BNB 1990/194 (m.nt. P. den Boer).
Op basis van zijn beleidsbevoegdheid geeft de staatssecretaris van Financiën met enige regelmaat beleidsregels af, waarnaar ambtenaren van de Belastingdienst dienen te handelen. Op deze beleidsregels is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Deze beleidsregels vormen rechtsregels die de inspecteur in beginsel in acht dient te nemen en waarop belastingplichtigen op grond van de beginselen van behoorlijk bestuur een beroep mogen doen.1 Uit HR 28 maart 1990, nr. 25 668, BNB 1990/194 volgt eveneens dat de rechter een beleidsregel in beginsel alleen dient toe te passen indien een van de procespartijen daarop een beroep heeft gedaan. Uit recentere jurisprudentie volgt evenwel dat de rechter ook ambtshalve tot toepassing van een beleidsregel mag overgaan. Hij is hiertoe echter niet verplicht.2
Voor belastingplichtigen kunnen beleidsregels zowel gunstig als ongunstig zijn. Naar aanleiding van een arrest waaraan voor de overheid negatieve financiele consequenties zijn verbonden, is het al verschillende malen gebeurd dat de staatssecretaris de inspecteur opdracht geeft alle bezwaarschriften aan te houden, in afwachting van een nog in te dienen wetsvoorstel.3 Ook het onderzoek dat de Europese Commissie instelde naar het CFM-regime vormde aanleiding voor het afgeven van een beleidsregel (zie par. 5.6.3.3). Naast beleidsvoorschriften voor de inspecteurs bevatten de hiervoor vermelde besluiten ook signalen ten aanzien van naderende wetswijzigingen. In het besluit van 12 juni 2002 gaf de staatssecretaris van Financiën aan zich te beraden over de consequenties van het aankoopkostenarrest. In het besluit van 5 december 2002 inzake het CFMregime meldde hij dat een wetsvoorstel wordt voorbereid dat zal terugwerken tot 5 december 2002. Voor beide besluiten geldt dat zij de voorzienbaarheid van een wetswijziging beïnvloeden. Het besluit van 5 december 2002 is evenwel veel concreter dan het besluit van 12 juni 2002, ten gevolge waarvan een wetswijziging naar aanleiding van het besluit van 5 december 2002 in hogere mate voorzienbaar is. Een beleidsregel kan een wetswijziging slechts volledig voorzienbaar maken indien aan alle – hierna te bespreken – voorwaarden die gelden ten aanzien van het persbericht is voldaan (zie par. 5.6.4.1). Het enkele signaal dat een wetsvoorstel zal worden ingediend, leidt slechts tot een geringe voorzienbaarheid. Doordat in die situatie niet bekend is wanneer de wetswijziging in werking treedt, hoe het overgangsrecht zal luiden en wat de precieze inhoud van het wetsvoorstel wordt, kan van betrokkenen niet worden verwacht dat zij beslissingen volledig afstemmen op het nog in te dienen wetsvoorstel. Wel kan van hen worden verwacht dat zij beseffen dat de in geding zijnde regel niet ongewijzigd blijft voortbestaan. Bij de bepaling van de voorzienbaarheidsfactor behoeft geen onderscheid te worden gemaakt tussen particulieren en rechtspersonen/ondernemers aangezien is vereist dat beleidsregels behoorlijk worden bekendgemaakt.4 Voor beide categorieën belastingplichtigen stel ik de voorzienbaarheidsfactor voor de situatie waarin niet is voldaan aan de voorwaarden die ik hierna zal stellen aan het persbericht op 3.