Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/9.3.4:9.3.4 Conclusie onrechtmatige handeling
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/9.3.4
9.3.4 Conclusie onrechtmatige handeling
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685392:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook de vuistregels van Jansen 2013c, onder 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het aantonen dat verstrekte onjuiste informatie een onrechtmatige handeling van de overheid behelst, is de grootste horde die de fidens moet nemen om zijn schadevergoedingsvordering te laten slagen. Of onjuiste informatieverstrekking als onrechtmatig moet worden gekwalificeerd, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Het enkele feit dat informatie als onjuist of onvolledig kan worden aangemerkt, maakt die informatie niet reeds daarom onrechtmatig. Om onrechtmatigheid aan te kunnen nemen, is vereist dat de burger op de juistheid en volledigheid van de gegeven informatie moest kunnen vertrouwen en zijn handelen op de gegeven informatie mocht afstemmen.
De beoordeling van de (on)rechtmatigheid van de informatieverstrekking kan nader worden ingevuld door een afwegingskader te doorlopen bestaande uit de aard van de rechtsverhoudingen, betrokken informatie en betrokken belangen. De aard van de rechtsverhouding ziet op de hoedanigheid en professionele deskundigheid van de betrokken partijen. In het algemeen geldt voor de aard van de rechtsverhouding dat een burger gelet op zijn kennisachterstand afhankelijk is van de overheid. De aard van de informatie ziet in het bijzonder op de toegankelijkheid van de mede te delen informatie. Op eenvoudig te traceren informatie die gemakkelijk te controleren is, zal een burger minder snel kunnen vertrouwen dan op complexe inlichtingen die lastig te controleren zijn voor een niet professionele partij. Op (te) globale inlichtingen of geclausuleerde inlichtingen mag niet snel zonder nader onderzoek worden vertrouwd. Ik heb op het rechtsstatelijk belang gewezen van informatieverstrekking, tegen welke achtergrond ook moet worden aangenomen dat in beginsel op inlichtingen moet kunnen worden vertrouwd.
De aard van de belangen ziet vooral op de consequenties van onjuiste informatieverstrekking en de kenbaarheid daarvan voor de overheid. Een burger moet om een overheid met succes aansprakelijk te kunnen stellen voor op zijn verzoek verkregen informatie, kortom duidelijk maken waarover en waarom hij bepaalde inlichtingen wenst. In dat geval kan hij op grond van het hierboven toetsingskader immers aantonen dat en waarom hij onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht verwachten juist te worden geïnformeerd.1 Indien op basis van dit afwegingskader op de overheid een zogenoemde waarheidsplicht rust die zij vervolgens schendt, is de onjuiste inlichting tevens onrechtmatig.