Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.6.6
4.6.6 Overige verplichte informatie en publicitaire mededelingen
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193679:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 4 lid 1 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 3 lid 1 en art.1 lid 2 Richtlijn (EU) 2019/1160.
Art. 4 lid 1 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 4 lid 2 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 4 lid 3 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 13 lid 1 SFDR.
Zie paragraaf 4.6.2.3 en 4.6.4.2.
Art. 3 lid 1 en art. 4 lid 1 SFDR.
Deze zijn opgenomen in art. 4 lid 2 SFDR.
Art. 4 lid 3 SFDR.
Art. 10 lid 1 SFDR.
Art. 10 lid 1 SFDR.
Art.5 lid 1 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 5 lid 2 Verordening (EU) 2019/1156.
Art. 6 Verordening (EU) 2019/1156.
Overweging 64 Icbe-Richtlijn.
Art. 7 lid 1 Verordening (EU) 2019/1156.
Het gaat specifiek om de punten 15, 17, 19, 20, 21, 22 van ESMA/2014/937.
ESMA/2012/832, punt 5.
Het Europees Systeem voor financieel toezicht. Hieronder vallen onder andere de EBA, ESMA, EIORP en de nationale financiële toezichthouders.
Art. 20 lid 3 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Art. 21 lid 3 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Elke keer als deelnemingsrechten worden uitgegeven, ingekocht of verkocht, moet de prijs of intrinsieke waarde bekend worden gemaakt.1 Dit dient ten minste tweemaal per maand te gebeuren. In bijzondere gevallen kan een toezichthouder bepalen dat het slechts eenmaal per maand hoeft te gebeuren, mits de belangen van de deelnemers hierdoor niet worden geschaad. Veel icbe’s zullen hun koersen op dagbasis bekendmaken. Dit dient op passende wijze te gebeuren. Wat passend is, wordt niet verder toegelicht in de icbe-regelgeving. In de praktijk worden de prijzen veelal op de website van de icbe of van haar beheerder geplaatst.
In 2019 is een Verordening gepubliceerd waarin vereisten voor publicitaire mededelingen van beheerders zijn opgenomen.2 Opvallend genoeg zijn deze vereisten gericht tot beheerders.3 Vereisten ten aanzien van deze mededelingen staan ook in Icbe-Richtlijn, maar deze vervallen per uiterlijk 2 augustus 2021.4 Materieel zijn de vereisten in de Verordening en de Richtlijn overigens zeer vergelijkbaar. In de Verordening is opgenomen dat publicitaire mededelingen als zodanig herkenbaar zijn en dat de risico’s en voordelen van deelnemingsrechten op even opvallende wijze beschreven zijn.5 De mededelingen moeten correct, duidelijk en niet-misleidend zijn. Daarnaast mogen de mededelingen niet in tegenspraak zijn met het prospectus en de ebi en moeten ze daarnaar verwijzen en aangeven hoe en in welke taal deze documenten verkregen kunnen worden.6 Tot slot dient in de mededelingen aangegeven te worden dat de beheerder kan stoppen met de verhandeling van deelnemingsrechten in een bepaalde lidstaat.7
In SFDR zijn ook enkele transparantievereisten opgenomen. Ten aanzien van publicitaire mededelingen is slechts bepaald dat deze niet in strijd mogen zijn met de overeenkomstig SFDR verschafte informatie.8 Dit is naast de informatie die opgenomen moet worden in het prospectus en het jaarverslag ook informatie die op de website gepubliceerd moet worden.9 Dit betreft beleid over de integratie van duurzaamheidsrisico’s in het beleggingsproces en of en zo ja hoe in het beleggingsbeleid wordt omgaan met ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren.10 Als ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren inderdaad worden meegewogen bij het nemen van beleggingsbeslissingen, dienen enkele gespecificeerde elementen van het duurzaamheidsbeleid te worden gepubliceerd.11 Als dat niet het geval is, dient uitgelegd te worden waarom deze ongunstige effecten niet meegenomen worden in het beleggingsbeleid. Beheerders met meer dan 500 werknemers dienen bovendien een verklaring op te nemen over het ‘due diligence’-beleid ten aanzien van de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren.12 Icbe’s die ecologische en/of sociale karakteristieken promoten en icbe’s die een positief effect op milieu en maatschappij als doelstelling hebben, dienen aanvullende informatie op de website te publiceren.13 Dit betreft een toelichting op de beoogde karakteristieken en doelstellingen en een uiteenzetting van de gehanteerde methode en methodologie om te beoordelen of de doelstellingen zijn behaald.14
Lidstaten mogen aanvullende nationale regels ten aanzien van publicitaire mededelingen opleggen.
Ze dienen een overzicht en samenvatting van deze regels te publiceren in de Engelse taal.15 ESMA dient hiervan genotificeerd te worden.16 ESMA zelf dient een database van al deze verplichtingen bij te houden met hyperlinks naar de pagina’s van de betreffende lidstaten.17 Het toetsen van marketinguitingen voordat ze worden uitgebracht door bevoegde autoriteiten in lidstaten van ontvangst wordt expliciet als mogelijkheid genoemd in de Icbe-Richtlijn.18 Ook met de komst van de nieuwe Verordening blijft het mogelijk voor lidstaten om voorafgaande goedkeuring van marketinguitingen te vereisen.19
Ondanks dat de vereisten voornamelijk nationaal bepaald zijn, zijn er sinds de komst van Icbe-Richtlijn IV steeds meer communautaire vereisten van toepassing op marketinguitingen. Zo moet een feeder-icbe in alle publicitaire mededelingen vermelden dat zij ten minste 85 % van haar activa belegt in deelnemingsrechten van een master-icbe.20 Icbe’s die voornamelijk beleggen in andere activa dan effecten of geldmarktinstrumenten, icbe’s die een index volgen en icbe’s die zeer volatiele liquidatiewaarden hebben, moeten in publicitaire mededelingen hier duidelijk de aandacht op vestigen.21
Niet alleen de Europese wetgever heeft aanvullende eisen omtrent marketingmaterialen opgesteld, ook een ESMA-richtsnoer bevat verplichtingen voor marketinguitingen. De verplichtingen die hieruit volgen, hebben voornamelijk betrekking op indexvolgende icbe’s en icbe-ETF’s.22 Deze punten zijn al in paragraaf 4.3.3.3 en in de paragrafen over het prospectus en de ebi beschreven. Ik zal hier op deze plek daarom niet verder op ingaan. Het is overigens de vraag in hoeverre dit een onderwerp is waar ESMA richtsnoeren over mag opstellen. ESMA geeft zelf aan dat ze de richtsnoeren heeft opgesteld onder de bevoegdheid die voortvloeit uit artikel 16 van de ESMA-Verordening.23 Dat artikel stelt dat de EMSA ‘met het oog op het invoeren van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS24 en het verzekeren van de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht’ richtsnoeren mag opstellen.
ESMA mag dus op grond van dit artikel richtsnoeren opstellen om consistente toepassing van Unierecht en consistente toezichtpraktijken te bewerkstelligen. Marketing is echter een onderwerp waarover slechts beperkt Unierecht is opgesteld. Het was veeleer een bewuste keus om dit onderwerp aan nationaal recht over te laten. Consistente, efficiënte en effectieve toezichtspraktijken zijn ten aanzien van dit onderwerp niet wenselijk gezien deze bewuste keuze. Alhoewel nationale toezichthouders ervoor kunnen kiezen om de richtsnoeren niet toe te passen, hebben ze de plicht zich ‘tot het uiterste’ in te spannen om aan die richtsnoeren en aanbevelingen te voldoen.25
Naast het prospectus, de ebi, het (half)jaarverslag en de IW zijn er ook nog andere gebeurtenissen/documenten die openbaar gemaakt moeten worden. Dit zijn bijzondere belangenconflicten,26 een samenvatting van het stembeleid en een lijst van bewaarders aan wie de bewaarder van de icbe de bewaring heeft uitbesteed.27 Deze verplichtingen worden in de relevante paragrafen besproken.