Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.4.3.g
3.2.4.3.g Tarief
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS349136:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 2.5.
Ook de stakingswinstvrijstelling is met ingang van 1 januari 2001 afgeschaft. De huidige stakingsaftrek (art. 3.79 Wet IB 2001) kan toch moeilijk als vervanging worden gezien. De huidige stakingsaftrek is vormgegeven als life-timevrijstelling en bedraagt nu € 3.630. De stakingswinstvrijstelling bedroeg destijds ƒ 20.000 of ƒ 45.000 per onderneming.
MvT, Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3, blz. 23.
Wet van 14 december 2000 tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. in verband met de tweede tranche van het ondernemerspakket 2001 (Wet ondernemerspakket 2001), Stb. 2000, 567.
Brief van de staatssecretaris van Financiën van 29 maart 2002 naar aanleiding van de motie- Rensema c.s., 27 466, nr. 287a, blz. 6-7.
Brief van de staatssecretaris van Financiën van 29 maart 2002 naar aanleiding van de motie- Rensema c.s., 27 466, nr. 287a, blz. 8.
Hiervoor is aandacht besteed aan de grondslag waarover bij het drijven van een IB-onderneming belasting wordt geheven. Bij een toetsing van huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en een voorstel tot aanpassing kan evenwel het tarief niet buiten beschouwing blijven. Een verlaging van het tarief, hetgeen als generieke maatregel kan worden gezien, doet de noodzaak voor bedrijfsopvolgingsfaciliteiten immers afnemen.1 Winst uit onderneming wordt belast tegen een progressief tarief (art. 2.10 Wet IB 2001). Dit geldt zowel voor de reguliere jaarwinst als voor de stakingswinst. Dit tarief wordt effectief verlaagd door de MKB-winstvrijstelling (art. 3.79a Wet IB 2001). Deze vrijstelling kan ook op de stakingswinst worden toegepast, waardoor de belastingclaim bij een bedrijfsoverdracht wordt verminderd. De werking van de MKB-winstvrijstelling is met ingang van 1 januari 2010 uitgebreid. Voor de faciliteit hoeft niet meer te worden voldaan aan het urencriterium.
Tot 1 januari 2001 golden nog bijzondere tarieven voor bedrijfsoverdrachten. Bij overlijden gold een tarief van 20% en in andere stakingsgevallen een tarief van 45%.2 De bijzondere tarieven zijn afgeschaft omdat de behoefte daaraan zou zijn afgenomen aangezien de reguliere tarieven met ingang van 1 januari 2001 over de hele linie werden verlaagd.3 Daarnaast heeft de ondernemer meer ondernemersfaciliteiten gekregen bij de invoering van de Wet ondernemerspakket 2001.4 Ook heeft de staatssecretaris van Financiën nog verwezen naar de stakingslijfrentefaciliteit en de uitgebreide middelingsregeling.5 Dit neemt niet weg dat het onredelijk lijkt de, als gevolg van het nominalistische systeem van winstberekening, over meer jaren aangegroeide stakingswinst in één keer te belasten tegen een progressief tarief. Hier staat tegenover dat de belastingplichtige onder een vermogenswinstbelasting gedurende een langere periode uitstel van heffing heeft gekregen, hetgeen een liquiditeitsvoordeel oplevert. Als vervanging van het bijzonder tarief bij overlijden wordt ook nog genoemd de invorderingsfaciliteit bij overlijden (art. 25, zeventiende lid, IW 1990).6 Deze invorderingsfaciliteit komt aan de orde in paragraaf 4.3.2. Uit het voorgaande blijkt dat een beoordeling van het tarief niet op zichzelf kan staan.