Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/III.4.2.3.7
III.4.2.3.7 Cash collateral account
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS357596:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie § III.3.5. Zie ook hierna: nr. 328.
Zie nr. 106.
Vgl. FDIC-Division of Supervision and Consumer Protection 2007, p. 41-42; Barbour & Hostalier 2004, p. 18; DeSear 2004, p. 10; Schorin 1998, p. 168 en Bantz & Jackson 1992, p. 24-26.
Zie § II.11.2.
Vgl. nr. 298.
De CCA vertoont daarnaast ook gelijkenis met de ‘triggered letter of credit’, waarover: nr. 356.
Het is mogelijk dat de CCA tevens functioneert als spread account. In dat geval wordt een gedeelte van de ‘excess spread’, indien aanwezig, aan de CCA toegevoegd, meestal totdat de CCA een bepaalde omvang (de ‘target level’) heeft bereikt. Indien dit niveau is behaald, kunnen de ontvangen rentebetalingen mede worden aangewend voor de aflossing van het krediet waarmee de CCA is gefinancierd.
Zie § III.4.2.3.3.
BBB of hoger.
De CCA maakt het mogelijk dat op anonieme basis credit enhancement kan worden geboden aan achtergestelde effectenklassen. Vanwege het risico van reputatieschade komen credit enhancers wellicht niet graag in de publiciteit met garantstellingen afgegeven op risicovolle effectenklassen met (relatief) lage ratings. De CCA neemt dit bezwaar weg. Vgl. Bantz & Jackson 1992, p. 25.
Zie over deze ontwikkeling: Jablansky & Thompson 2001, p. 628 e.v.
Dit is anders indien de CCA is vormgegeven als een deposito dat wordt aangehouden bij de instelling die de CCA heeft gefinancierd. Het ‘counterparty risk’ kan evenwel worden ondervangen met behulp van ‘rating triggers’, zie nr. 298.
Evenals in geval van een ‘reserve fund’ is het mogelijk dat de CCA gedurende de looptijd van de transactie geleidelijk vrijvalt naarmate de ABS worden afgelost en de behoefte aan credit enhancement vermindert. Zie nr. 319.
Vgl. Bantz & Jackson 1992, p. 25.
327. Beschrijving. Een nadeel verbonden aan ‘external credit enhancement’, zoals garantstellingen en kredietverzekeringen, is het hiervoor besproken ‘counterparty risk’,1 dat wil zeggen het risico van een verlaging van de rating van de ABS als gevolg van de downgrading van de credit enhancer. De rating agencies stellen als voorwaarde voor de toekenning van een hoge rating aan de ABS en de instandhouding van die rating, dat ook de credit enhancer een voldoende hoge kredietbeoordeling is toegekend en deze behoudt (de ‘supporting rating’).2 De cash collateral account betreft een techniek die het mogelijk maakt dat ook financiële instellingen die niet beschikken over de vereiste ratings, kunnen worden betrokken bij het verstrekken van credit enhancement.3
In plaats van een garantstelling of de terbeschikkingstelling van een kredietfaciliteit, verleent de credit enhancer het SPV bij aanvang van de transactie een krediet. De opbrengst van deze geldlening wordt door het SPV geïnvesteerd in liquide beleggingen (‘eligible investments’) met een korte looptijd en met de hoogst mogelijke korte termijn ratings (A-1/P-1), de zogeheten ‘cash collateral account’ (‘CCA’). Indien de kredietverstrekker zelf een dergelijk hoge kredietbeoordeling heeft, kan het bedrag van de lening worden geïnvesteerd in financiële instrumenten van die betreffende instelling, zoals een deposito. Het deposito kan door het SPV worden aangewend om kredietverliezen op te vangen. De CCA strekt tot meerdere zekerheid voor de volledige en tijdige voldoening van de ABS en wordt ten gunste van onder andere de investeerders verpand aan de bij de transactie betrokken security trustee.4
Indien de financiële instelling waarbij het deposito wordt aangehouden, wordt geconfronteerd met een ‘downgrading’ van haar rating, dan kan het deposito worden opgeëist en het aldus vrij gekomen bedrag worden gestort bij een andere financiële instelling die wel over de benodigde rating beschikt.5 De CCA vertoont in zijn functie een grote gelijkenis met een reserve fund/spread account, zeker in het geval het reserve fund bij aanvang van de transactie geheel of gedeeltelijk wordt volgestort met de opbrengst van een achtergestelde klasse van ABS of een achtergestelde lening van de originator.6 Het gaat in beide gevallen om een reserve van liquide middelen waarmee kredietverliezen kunnen worden opgevangen.7
Een CCA wordt wel gecombineerd met een ‘senior-subordinated’ structuur.8 De CCA dient dan ter vergroting van de verhandelbaarheid van de achtergestelde effectenklasse(n) (de ‘junior-notes’) en maakt het mogelijk dat ook aan deze effectenklasse(n) een ‘investment grade’-rating9 kan worden toegekend, wat de ‘investor base’ voor deze effecten verbreedt.10 De CCA kan worden aangesproken, indien er in een bepaalde periode onvoldoende excess spread voorhanden is om verliezen mee op te vangen.
328. Achtergrond van de ontwikkeling van de CCA. De CCA is begin jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkeld als reactie op het grote aantal ‘downgradings’ van financiële instellingen die ‘external credit enhancement’ verstrekten.11 CCA’s worden onder meer toegepast bij credit card securitisations. Een CCA maakt het mogelijk om aan de ABS een AAA-rating toe te kennen, ongeacht de vraag of de kredietverstrekkende instelling zelf een voldoende hoge rating heeft. Het aanbod van het aantal instellingen dat credit enhancement kan bieden voor AAA-emissies is met de ontwikkeling van de CCA toegenomen. Bovendien is aan het gebruik van een CCA, anders dan in geval van garantstellingen e.d., niet het risico verbonden van een verlaging van de rating van de ABS als gevolg van een downgrading van de credit enhancer.12 Dit kan voor het SPV een kostenvoordeel opleveren, aangezien investeerders mogelijk genoegen nemen met een lagere rentevergoeding dan in de situatie dat zij wel zijn blootgesteld aan het risico van een downgrading. Bovendien voorkomt het mogelijke reputatieschade voor de originator.
329. Financiering van de CCA met een achtergestelde lening. Teneinde te bereiken dat het met de CCA credit enhancement wordt geboden, dient het krediet waarmee de CCA wordt gevormd een achtergestelde lening te zijn. De aflossing van de lening (en mogelijk ook de periodieke betaling van rente) kan pas plaatsvinden, indien de investeerders in de ABS volledig zijn voldaan, dan wel vaststaat dat het SPV over voldoende liquide middelen beschikt of komt te beschikken om hen te kunnen voldoen. De rente op de lening wordt betaald met de rente-inkomsten van de CCA en met de in de transactie aanwezige ‘excess spread’. De aflossing geschiedt met de gelden die van de CCA overblijven nadat de transactie is afgelopen en mogelijk ook met ‘excess spread’.13
De kosten verbonden aan de CCA als vorm van credit enhancement bestaan uit het verschil tussen de rentevergoeding die moet worden betaald op de geldlening en het rendement dat wordt behaald op de CCA. De kosten zijn vergelijkbaar met die verbonden aan een ‘letter of credit’.14