De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/7.4.2.1:7.4.2.1 Vervallen artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb en de rechtsbescherming van de leerling
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/7.4.2.1
7.4.2.1 Vervallen artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb en de rechtsbescherming van de leerling
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949441:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook Vermeulen en Zoontjens 2000, p. 170.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals toegelicht in § 5.7, zijn de vaststelling van het schooladvies en de verschillende school- en centraal examens besluiten in de zin van de Awb, waarmee het bevoegd gezag eenzijdig de rechtspositie van een leerling bepaalt. Tegen dergelijke verstrekkende besluiten heeft de wetgever met de Awb en zijn voorgangers in het algemeen in laagdrempelige rechtsbescherming (bezwaar en beroep) voorzien, maar juist voor beoordelingsbeslissingen in het onderwijs is daarop een uitzondering gemaakt. Het doel van deze uitzondering − namelijk om de beoordeling van de onderwijsprestaties van een leerling over te laten aan de deskundige leraar − wordt echter ook al anderszins gewaarborgd: de bestuursrechter treedt door terughoudende toetsing niet in de beoordelingsruimte van het bestuursorgaan en – via het bestuursorgaan – in de autonomie van de leraar. Ook zonder de kennen of kunnen-uitzondering van artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb wordt derhalve uiteindelijk niet getreden in de deskundigheid van de leraar.1 Artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb kan dan ook geschrapt worden zonder dat de rechter op de stoel van de leraar moet gaan zitten.
Een belangrijk voordeel van het laten vervallen van artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb is dat een leerling bij een geschil over het schooladvies of een examen bezwaar in kan stellen bij respectievelijk het bevoegd gezag of de directeur van de school. Als tegen een besluit beroep ingesteld kan worden, kan en moet de belanghebbende op grond van artikel 7:1 van de Awb immers eerst bezwaar instellen. Hierdoor kan de leerling op een (relatief) laagdrempelige manier zijn bezwaren tegen een bepaalde beoordeling voor het voetlicht brengen bij degene die formeel over de beoordeling heeft besloten. Het bevoegd gezag of de directeur kan vervolgens – via of met hulp van de betreffende leraar – het schooladvies of examen zo nodig opnieuw beoordelen; op basis van het bezwaar van de leerling kan de beoordeling derhalve worden aangepast. Dit is een voordeel ten opzichte van het beroep dat een student in het middelbaar beroeps- of hoger onderwijs kan instellen bij het Cbe tegen een tentamen of examen, omdat daarbij het examen of tentamen niet opnieuw beoordeeld kan worden. In die procedure heeft voornamelijk het schikkingsgesprek meerwaarde. Na een besluit op bezwaar zou een leerling dan beroep kunnen doen op de bestuursrechter, die (terughoudend) zal toetsen of de beoordelingsbeslissing voldoet aan de voorschriften van procedurele aard en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De voorgestelde wijziging heeft uiteraard ook gevolgen voor het bevoegd gezag: met het creëren van de mogelijkheid om op te komen tegen een schooladvies of examen, in bezwaar en vervolgens bij de bestuursrechter, zullen dergelijke procedures ook vaker voorkomen. Mijns inziens is dit echter geen reden om hiervan af te zien: met het schrappen van artikel 8:4, derde lid, van de Awb ontstaat betere rechtsbescherming voor de leerling, terwijl niet verandert wie uiteindelijk bepaalt hoe een examen of schooladvies wordt beoordeeld. Bovendien is de reikwijdte van het schrappen van artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb beperkt, omdat dit enkel zou zien op beoordelingsbeslissingen die aangemerkt kunnen worden als een besluit in de zin van de Awb: het schooladvies in het primair onderwijs en de school- en centraal examens in het voortgezet onderwijs. Andere toetsen, zoals proefwerken of overhoringen, zouden met het schrappen van artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Awb niet vatbaar worden voor bezwaar en beroep. Dit zijn geen besluiten omdat hieraan geen extern rechtsgevolg kleeft: de resultaten van deze toetsen zijn niet direct bepalend voor het kunnen ontvangen van een diploma.