Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/3.4.3
3.4.3 Verweermiddelen van de polishouder op grond van zijn rechtsverhouding met de verzekeraar
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949810:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voetnoot 42. Ook Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1276, JOR 2020/267, m.nt. J.W.A. Biemans (Alegre c.s./Promontoria) had betrekking op de overdracht door Van Lanschot van een portefeuille van zakelijke vastgoedleningen aan Promontoria. De Hoge Raad oordeelde dat de aard van een vorderingsrecht van een bank op een cliënt voortvloeiend uit een overeenkomst van geldlening zich niet ertegen verzet dat dit vorderingsrecht door een bank aan een niet-bank wordt overgedragen. Vervolgende oordeelde de Hoge Raad in rechtsoverweging 2.10 “(..) Door cessie aan de niet-bank gaat niet tevens de gehele rechtsverhouding tussen de bank en de cliënt over op de niet-bank. Daarvoor zou bijvoorbeeld contractsoverneming moeten plaatsvinden. De niet-bank wordt geen partij bij de overeenkomst tussen de bank en de cliënt. De hiervoor in 2.9.1 en 2.9.2 bedoelde zorgplichten die de cederende bank op grond van haar rechtsverhouding jegens de cliënt heeft, maken als zodanig geen deel uit van de gecedeerde vordering en komen als zodanig niet te rusten op de niet-bank. Wel kan de zorgplicht van een bank jegens haar cliënt in voorkomend geval de inhoud van haar vordering nader bepalen waardoor die vordering beperkingen kent. De vordering kan dan door de bank slechts met de aldus beperkte inhoud worden gecedeerd. (..)”. Zie over deze uitspraak van de Hoge Raad onder meer Van Boom, Ars Aequi januari 2022, p. 43-49. Deze tekst van de Hoge Raad lijkt te impliceren dat indien er geen sprake is van cessie maar van contractsoverneming waarbij een bank kredietvorderingen doet overgaan naar een niet-bank de zorgplicht van de bank als onderdeel van de rechtsverhouding ook op de niet-bank komt te rusten. Voor het geval van contractsoverneming van een verzekeringsportefeuille van een verzekeraar is deze uitspraak echter naar mijn mening strikt genomen niet van belang, omdat alleen een verzekeraar een verzekeringsportefeuille van een andere verzekeraar kan overnemen en die verkrijgende verzekeraar al een “eigen” zorgplicht heeft jegens zijn polishouders, ongeacht of hij de verzekeringsovereenkomsten zelf heeft afgesloten of door een portefeuilleoverdracht heeft verworven. Zie eventueel met betrekking tot de vergunning om het verzekeringsbedrijf te mogen uitoefenen verder hoofdstuk 8.7 van dit proefschrift.
Hijma, in: GS Vermogensrecht, art. 3:44 BW, aant. 1.2.8.
Wibier 2020, p. 83-84; Mellema-Kranenburg, in: GS Verbintenissenrecht, art. 6:159 BW, aant. 5.3.
Mellema-Kranenburg, in: GS Verbintenissenrecht, art. 6:159 BW, aant. 5.3: “Verweermiddelen die de wederpartij eerst tegen de overdrager kon doen gelden, kan de wederpartij na de contractsoverneming tegen de overnemer opwerpen. Door ze tegenover de overnemer aan te voeren, oefent de wederpartij tegen deze op dezelfde wijze zijn rechten uit, als waarop hij dat had kunnen doen tegen de overdrager, de uittredende partij.”
Een polishouder heeft het recht om de verzekeringsovereenkomst te vernietigen vanwege een wilsgebrek: dwaling (art. 6:228 BW), bedreiging (art. 3:44 BW), bedrog (art. 3:44 BW) of misbruik van omstandigheden (art. 3:44 BW). Hij heeft ook het recht de verzekeringsovereenkomst te ontbinden in geval van een tekortkoming in de nakoming, tenzij de tekortkoming deze ontbinding niet rechtvaardigt (art. 6:265 BW). Het komt ook voor dat een polishouder een schadevergoeding vordert op grond van een aan de verzekeraar toerekenbare tekortkoming (art. 6:74 BW). In het geval van wat in het spraakgebruik een woekerpolis wordt genoemd, worden bij de verzekeraar bijvoorbeeld claims ingediend om de verzekeringsovereenkomst (met terugwerkende kracht, art. 3:53 BW) te vernietigen vanwege dwaling of om een schadevergoeding te vorderen omdat er sprake zou zijn van een toerekenbare tekortkoming al dan niet omdat een zorgplicht1 van de verzekeraar jegens de polishouder geschonden zou zijn.
Bij contractsoverneming gaat de gehele rechtsverhouding over. In het geval van een overneming aan de zijde van de wederpartij van de vernietigingsbevoegde is de algemene opvatting in de juridische literatuur dat de overneming niet afdoet aan een bestaande vernietigingsgrond2 en andere verweermiddelen.3 Een polishouder heeft na een portefeuilleoverdracht door zijn verzekeraar dus nog steeds de bevoegdheid om de verzekeringsovereenkomst op grond van een wilsgebrek te vernietigen. Deze bevoegdheid zal hij dan (ik zou bijna zeggen: uiteraard) moeten uitoefenen jegens de nieuwe verzekeraar. De contractsoverneming doet ook niet af aan de bevoegdheid van de polishouder om zich jegens deze nieuwe verzekeraar op andere verweermiddelen te beroepen. Verweermiddelen die de polishouder eerst tegen de oude verzekeraar kon doen gelden, kan hij na de contractsoverneming tegen de nieuwe verzekeraar opwerpen.4