Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.6.1
10.3.6.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258538:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Overeenkomstig OESO-richtlijnen 2.9 staat het belastingplichtigen vrij om naast de voorgeschreven verrekenprijsmethoden, een andere methode te hanteren, zolang deze prijzen in overeenstemming met het arm’s length-beginsel zijn vastgesteld. In die zin zou gesteld kunnen worden dat de OESO-richtlijnen voorzien in een zestal verrekenprijsmethoden.
OESO-richtlijnen 2.3.
WCO Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing (24 juni 2015, geüpdatet in 2018), p. 57.
Voor een diepgaandere vergelijking van alle methoden voor de vaststelling van de douanewaarde met de methoden voor de vaststelling van interne verrekenprijzen, zie S. Ibáñez Marsilla, Towards customs valuation compliance through corporate income tax, World Customs Journal 5(1), p. 75-77, J.M. Jovanovich, Customs Valuation and Transfer Pricing: Is it possible to harmonize Customs and Tax Rules? (2nd edition), Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2017, p. 64-114 en L. Ping, Transfer Pricing and Customs Valuation: Exploring Convergence, GTCJ 2(3), p. 121-127. Toch kan een vergelijking tussen de verrekenprijsmethoden en de alternatieve waarderingsmethoden van belang zijn, zie voetnoot 20 en de hoofdtekst.
Vrij naar de collegesheets die R.G.A. Tusveld gebruikt tijdens colleges over de interactie tussen de vaststelling van de douanewaarde en de vaststelling van verrekenprijzen.
L. Ping, Transfer Pricing and Customs Valuation: Exploring Convergence, GTCJ 2(3), p. 123 en 126.
Artikelen 71 en 72 DWU. Zie hoofdstuk 11.
S. Ibáñez Marsilla, Towards customs valuation compliance through corporate income tax, World Customs Journal 5(1), p. 74.
In de OESO-richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen traditionele transactiemethoden en de transactionele winstmethoden.1 Onder de traditionele transactiemethoden worden drie verrekenprijsmethoden begrepen, namelijk:
Comparable-uncontrolled-pricemethode (CUP-methode), onderdeel 10.3.6.2;
Resale-pricemethode, onderdeel 10.3.6.3;
Cost-plusmethode, onderdeel 10.3.6.4.
Onder de transactionele winstmethoden worden twee verrekenprijsmethoden begrepen, te weten:
Profit-splitmethode, onderdeel 10.3.6.5;
Transactionele-margemethode (TNMM), onderdeel 10.3.6.6.
Hoewel er geen strikte hiërarchie (meer) bestaat tussen de toepassing van verrekenprijsmethoden, heeft de OESO een voorkeur voor de traditionele transactiemethoden als de traditionele en transactionele winstmethoden op gelijke wijze toegepast kunnen worden in een concrete situatie.2
De transactiewaarde van identieke en soortgelijke goederen lijkt op de CUP-methode en de aftrekmethode en methode van de berekende waarde tonen gelijkenissen met respectievelijk de resale-pricemethode en cost-plusmethode. Voor een vergelijking van de verrekenprijsmethoden met de vaststelling van de douanewaarde is het echter zoals reeds besproken in onderdeel 10.2.1 vooral van belang om de verrekenprijsmethoden af te zetten tegen de transactiewaarde van de ingevoerde goederen, omdat ten aanzien van deze methode getoetst moet worden of sprake is van prijsbeïnvloeding indien partijen zijn verbonden.3/4 Daarom geeft figuur 10.3 een betere voorstelling van zaken als het gaat om het maken van een vergelijking tussen de waarderingsmethoden dan figuur 10.2.5
Figuur 10.2 – Vergelijking waarderingsmethoden I
Figuur 10.3 – Vergelijking waarderingsmethoden II
Bij intragroepstransacties moet enkel voor de vaststelling van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen dus voldaan worden aan de zakelijkheidstoets. Anders dan de testwaarden zijn de alternatieve waarderingsmethoden niet ontworpen aan de invulling van deze zakelijkheidstoets, maar zijn zij bedoeld om de douanewaarde te bepalen als de transactiewaarde van de ingevoerde goederen geen toepassing vindt, omdat geen verkoop voor uitvoer geïdentificeerd kan worden (onderdeel 7.4) of niet aan de voorwaarden voor toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen is voldaan (onderdeel 7.5). Dat neemt niet weg, zoals uit de hiernavolgende onderdelen zal volgen, dat algemene principes afgeleid kunnen worden uit de vaststelling van alternatieve waarderingsmethoden die ook nuttig zijn om vast te stellen in hoeverre verrekenprijsmethoden kunnen worden gebruikt om aan te tonen dat de prijs tussen verbonden partijen niet is beïnvloed.6
Tot slot merk ik op dat geen enkele verrekenprijsmethode één-op-één aansluit bij de transactiewaarde van de ingevoerde goederen, vanwege onder andere het feit dat onder voorwaarden bepaalde prijselementen bijgeteld moeten worden bij de transactiewaarde of ervan moeten worden uitgesloten.7 Indien deze verschillen echter inzichtelijk zijn gemaakt, zouden deze overkomelijk moeten zijn.8 Ik licht dat per verrekenprijsmethode in het hiernavolgende toe.