Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/7.12:7.12 Wetsvoorstel voor Boek 5 ‘verbintenissen’ (België)
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/7.12
7.12 Wetsvoorstel voor Boek 5 ‘verbintenissen’ (België)
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692158:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Te vinden via www.justitie.belgium.be en www.dekamer.be.
Hierover nader: Stijns 2021.
Het wetsvoorstel spreekt van sancties en niet van remedies, zodat ik dat hier ook doe.
Dauw 2020, p. 501. Van Gerven & Van Oevelen 2015, p. 83 en p. 597.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
413. Door de Commissie voor de hervorming van het verbintenissenrecht is een ‘Voorontwerp van wet tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van Boek 5 ‘verbintenissen’ in dat wetboek’ opgesteld.1 Het daarop volgende wetsvoorstel ‘houdende invoeging van Boek 5 ‘verbintenissen’ in het nieuwe Burgerlijk Wetboek’ dat uitgaat van dit voorontwerp, is op 24 februari 2021 bij het Belgische parlement ingediend.2 Op 1 juli 2022 werd de wet van 28 april 2022 tot invoeging van boek 5 ‘verbintenissen’ in het Staatsblad gepubliceerd. De wet treedt in werking op 1 januari 2023.
414. Er zijn een aantal bepalingen die voor het onderwerp van dit boek aandacht verdienen. In de eerste plaats is dat art. 5.83 van het Wetsvoorstel. In dat (voorgestelde) artikel is neergelegd welke sancties3 voor de schuldeiser bestaan bij een toerekenbare niet-nakoming. De eerstgenoemde sanctie is de uitvoering in natura van de verbintenis. Daarna volgen het recht op herstel van de schade, ontbinding, prijsvermindering en het recht om de eigen verbintenis op te schorten.
415. Art. 5.84 van het Wetsvoorstel bepaalt vervolgens dat uitvoering in natura kan worden geëist overeenkomstig art. 5.234 tot 5.236. Die artikelen maken deel uit van het hoofdstuk 4 ‘Uitvoering in natura’. In art. 5.234 wordt als ‘beginsel’ vooropgesteld dat de schuldeiser het recht heeft om de uitvoering van de verschuldigde prestatie in rechte te vorderen, tenzij dit ‘onmogelijk of abusief’ zou zijn. Uitgesloten is de tenuitvoerlegging van een veroordeling die niet tot betaling van een geldsom strekt indien die tenuitvoerlegging noodzakelijk gepaard gaat met de uitoefening van dwang op de persoon van de schuldenaar of indien zij in strijd is met de menselijke waardigheid.
416. In de toelichting op art. 5.84 van het Wetsvoorstel wordt ook naar voren gebracht dat een contractuele verbintenis ‘zoals elke verbintenis’ in de allereerste plaats in natura moet worden uitgevoerd. Mits de uitvoering in natura mogelijk is en de schuldeiser geen misbruik van recht maakt, is hij volgens de toelichting gerechtigd om veroordeling van zijn schuldenaar tot uitvoering in natura te verkrijgen. Wat uitvoering in natura is, is beschreven in de toelichting op art. 5.234: het is de uitvoering van de verbintenis zoals zij is omschreven. Nakoming dus. Het is die nakoming van de omschreven verbintenis die in rechte kan worden gevorderd en die kan worden afgedwongen met een dwangsom. In de toelichting op art. 5.234 is met zoveel woorden herhaald dat dwang op de persoon niet kan worden toegelaten om nakoming af te dwingen en dat de ‘grens van de menselijke waardigheid’ geldt. Indien de uitvoering in natura niet mogelijk is, moet de schuldeiser genoegen nemen met vervangende schadevergoeding of herstel in natura.
417. Opvallend ten opzichte van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek is dat in het Belgisch Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat een tenuitvoerlegging die gepaard gaat met fysieke dwang is uitgesloten. Dat was, zoals ik hiervoor uitwerkte, voorheen ook al zo.4 Het verschilt daarin met het Nederlandse BW, ten aanzien waarvan dit uitgangspunt zeker ook geldt, maar niet met zoveel woorden in de wet is opgenomen.