RvdW 2025/1038:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal, art. 311 lid 1 onder 4 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e lid 3 Sv. Had afschrift van dagvaarding in h.b. moeten worden verzonden naar het in volmacht tot instellen van h.b. opgegeven adres van verdachte in Roemenië? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In aanmerking genomen dat uitreiking van dagvaarding in h.b. heeft plaatsgevonden aan medewerker OM omdat woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend is, terwijl uit de door advocaat verstrekte schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. kan worden afgeleid dat van verdachte op moment van betekening een adres in Roemenië bekend was, en niet blijkt dat dagvaarding o.g.v. art. 36e lid 3 Sv is verzonden naar dit adres van verdachte in buitenland, is ’s hofs oordeel hof dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, niet toereikend gemotiveerd. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.