Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.3.0:5.6.3.0 Introductie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.3.0
5.6.3.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS411321:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een van de uitgangspunten waarop de in dit proefschrift te ontwikkelen richtlijnen zijn gebaseerd, is het uitgangspunt dat belastingplichtigen worden geacht rationeel te werk te gaan (par. 5.2.2.1). Eén onderdeel van het rationeel denken is dat belastingplichtigen bij het afwegen van beslissingen geacht worden goed gebruik te maken van beschikbare informatie. Lubbers stelt in dit verband dat van de burger mag worden verlangd dat hij openstaat voor signalen met betrekking tot mogelijke toekomstige veranderingen in fiscale regels.1 De vraag rijst om welke signalen het gaat. Van der Vlies lijkt van mening te zijn dat het noodzakelijk is dat de signalen afkomstig zijn van de overheid:2
‘De voorzienbaarheid van de terugwerkende kracht als element voor de toelaatbaarheid ervan is een dubieus vereiste, als de informatie over mogelijkheid en waarschijnlijkheid niet van overheidswege duidelijk wordt verstrekt. Zij trekt een wissel op de capaciteit van betrokkenen om in te schatten in hoeverre allerlei speculaties juist zijn.’
Deze signalen behoeven volgens haar niet rechtstreeks aan de betrokkenen te zijn gericht:3
‘Inlichtingen over de komende wijzigingen behoeven niet rechtstreeks aan betrokkenen te worden verstrekt door de overheid. Het is voldoende dat zij aan betrokkenen op een of andere manier bekend zijn.’
Lubbers is van mening dat belastingplichtigen ook voor andere signalen dan die van de overheid dienen open te staan. Ik volg dit standpunt. Ten aanzien van de fiscale behandeling van rente van schulden die zijn aangegaan ter verwerving van een eigen woning merkt hij op:4
‘Tegen de achtergrond van de openbare discussies die de laatste tijd plaatsvinden over de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek mogen wij van de burger verlangen dat hij het signaal opvangt dat continuering van deze aftrekpost in de komende jaren geen vanzelfsprekendheid is.’
Openbare discussies voorafgaand aan de daadwerkelijke indiening van een wetsvoorstel, worden vaak aangewakkerd door het verschijnen van een rapport van een adviescommissie. Het verschijnen van een rapport is dikwijls de aanleiding voor deskundigen om hun mening te ventileren. De media zorgen er vervolgens voor dat de openbare discussie gaat lopen. Hierna behandel ik een aantal signalen die indirect van de overheid afkomstig zijn. Centraal staat de vraag of, en zo ja, in hoeverre die signalen ertoe leiden dat een wetswijziging voorzienbaar wordt. Aan de orde komen:
rapporten van adviescommissies (par. 5.6.3.1);
nota’s van overheidswege (par. 5.6.3.2);
onderzoeken van de Europese Commissie (par. 5.6.3.3);
richtlijnen van de Raad van de Europese Unie (par. 5.6.3.4), en
beleidsregels (par. 5.6.3.5).
In par. 5.6.6 komt de invloed van externe omstandigheden, zoals de media aan de orde.