Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.4:3.4 Toepassingsbereik: omlijning
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.4
3.4 Toepassingsbereik: omlijning
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS605890:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In lijn met de verdragstekst wordt hier dan ook vooral van ‘veroordeelde’ in plaats van ‘verdachte’ gesproken
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om een antwoord te geven op de vraag in hoeverre verlofstelsels in strafzaken toelaatbaar zijn, is het nodig eerst de reikwijdte van het recht op beroep te bepalen. Als dit recht bijvoorbeeld in cassatie nimmer van toepassing kan zijn – wat niet waar is – dan zou dit bijzonder veel ruimte geven voor de invoering van een verlofstelsel in die instantie. Volgens de tekst van de verdragsartikelen en de jurisprudentie daarover wordt het toepassingsbereik van artikel 14 lid 5 IVBPR en artikel 2P7 EVRM primair bepaald door een viertal eisen, die overigens niet allemaal uitdrukkelijk in beide verdragsteksten zijn opgenomen. Kort gezegd is het recht op beroep van toepassing indien een persoon voor het begaan van een strafbaar feit is veroordeeld door een gerecht. Dat een veroordeling nog niet onherroepelijk is, en de veroordeelde dus strikt genomen nog verdachte is, doet aan de toepasselijkheid van het recht op beroep niet af.1
3.4.a Eenieder3.4.b Strafbaar feit3.4.c Veroordeeld: schuldig en/of gestraft3.4.d Gerecht