Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/4.3.4
4.3.4 Betekenis van de pensioenovereenkomst na einde arbeidsovereenkomst
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687168:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J.M. van Slooten, ‘Is de rechtsverhouding met de gepensioneerde werknemer bevroren? Een verkenning’, in: W. Plessen, H. van Drongelen en F. Hendrikx (red.), Sociaal recht: tussen behoud en vernieuwing. Liber amicorum voor prof. dr. Antoine Jacobs, Zutphen: Uitgeverij Paris 2011, p. 439; E. Lutjens, Pensioenvoorzieningen voor werknemers, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1989, p. 150; E. Lutjens, Asser/Lutjens 7-XI 2016, nr. 143 en nr. 163. Anders: E. Schop, Wijziging van arbeidsvoorwaarden, in het bijzonder pensioen, Deventer: Kluwer 2007, p. 82: ‘Deze verbintenissen wijzigen na het einde van de arbeidsovereenkomst niet van inhoud. De verbintenissen met betrekking tot de periode erna bestaan naar mijn mening al tijdens, of in het geval van een beëindigingsovereenkomst, ontstaan bij het einde van de arbeidsovereenkomst’. P.M. Tulfer, Pensioenen, fondsen en verzekeraars, Deventer: Kluwer 1997, p. 86, meent dat de verbintenissen met betrekking tot de periode na de arbeidsovereenkomst bestaan onder de opschortende periode van verbreking van het dienstverband (artikel 6:22 BW).
Hof Den Haag 12 januari 2016, PJ 2016/33 (ex-werknemer/Petrotechnical Data Systems).
Of een vaststellingsovereenkomst waarin dat wordt afgesproken, zoals in Hof ’s-Hertogenbosch 2 augustus 2016, PJ 2016/129 (ex-werknemer/OGVO). Zo ook: M. Heemskerk, Pensioenrecht, Den Haag: Bju 2015, p. 243. Bij vrijwillige voorzetting ex artikel 54 Pw kan je overigens nog twisten over de vraag of de pensioenovereenkomst blijft bestaan. M.J. Alsma, ‘Einde deelneming’, in: E. Lutjens (red.), Pensioenwet, Analyse en Commentaar, Deventer: Kluwer 2013, p. 598, meent van wel.
A. van Leeuwen, ‘Eenzijdige wijzigingsmogelijkheden jegens gepensioneerden onder de PSW en de PW: van onbeschermd naar beschermd?’, ArA 2014/3; A. van Leeuwen, ‘Is gepensioneerd gelijk aan uitgewerkt?’, TPV 2014/3.
Bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst blijft de pensioenovereenkomst dus bestaan, maar sommige verbintenissen die daaruit voortvloeien zullen wel eindigen, zoals – meestal – de plicht tot premiebetaling.1 Het hof Den Haag merkte terecht op dat behoudens andersluidende afspraken het inherent is aan de pensioenovereenkomst dat de verbintenis tot premiebetaling eindigt samen met de arbeidsovereenkomst.2 Pensioenopbouw zal immers als hoofdregel eindigen gelijktijdig met het ontslag als werknemer, maar dat hoeft niet. Denk aan pensioenregelingen die voorzien in voortgezette opbouw tijdens arbeidsongeschiktheid of werkloosheid.3 Opbouw tijdens arbeidsongeschiktheid is veelal premievrij, opbouw tijdens werkloosheid veelal voor rekening van de werknemer (artikel 54 Pw en artikel 24 Pw). Het komt echter wel voor in cao’s, beëindigingsovereenkomsten of sociale plannen dat de ex-werkgever of het pensioenfonds de opbouw tijdens de periode van werkloosheid bekostigt. Of wat te denken van een doorlopende bijstortverplichting in een uitvoeringsovereenkomst, of voorwaardelijke indexatie die door de ex-werkgever wordt betaald?4 Ook deze voorbeelden tonen aan dat het koppelen van het einde van de pensioenovereenkomst aan het einde van de arbeidsovereenkomst wringt en de pensioenovereenkomst een zelfstandig bestaansrecht heeft na het einde van de arbeidsrelatie. De arbeidsovereenkomst is louter een constitutief vereiste om een pensioenovereenkomst tot stand te brengen. Ik sta hierna stil bij een aantal van de belangrijkste redenen waarom de pensioenovereenkomst voortbestaat na het einde van de arbeidsovereenkomst.