De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer
Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.4:4.4 Opzegging door de opdrachtgever: een analyse van andere bijzondere regelingen
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.4
4.4 Opzegging door de opdrachtgever: een analyse van andere bijzondere regelingen
Documentgegevens:
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855362:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De behandeling van de verschillende opzegbepalingen geven geen volledig overzicht weer, maar ik bekijk ze uitsluitend door de bril van de overeenkomst van opdracht, meer specifiek de opdrachtnemer aan de onderkant. De onderlinge verhouding tussen deze artikelen laat ik daarom onbesproken, waaronder de op zichzelf interessante en belangrijke vraag of het mogelijk is de verschillende opzegregelingen beter te systematiseren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bijzondere verbintenissenrecht (Boek 7 BW) kent – in tegenstelling tot het algemene verbintenissenrecht (Boek 6 BW) – verschillende opzegbepalingen. Naast afdeling 7.7.1 BW (zie paragraaf 4.2) zijn dit soort bepalingen te vinden in de regelingen inzake de aanneming van werk (artikel 7:764 BW), de arbeidsovereenkomst (artikel 7:667 e.v. BW), de agentuurovereenkomst (artikel 7:437 e.v. BW), de huur van een woonruimte (artikel 7:271 e.v. BW) en de huur van een bedrijfsruimte (artikel 7:293 e.v. BW). In de zoektocht naar analogieën met de overeenkomst van opdracht loop ik aantal van deze bepalingen langs.1 Dit doe ik alleen ten aanzien van de opzegtermijn, die met betrekking tot de overeenkomst van opdracht onduidelijkheden vertoont (zie paragraaf 4.3.2), en de (aanvullende) (schade)vergoeding, die mogelijk tekortschiet in beschermingsperspectief (zie paragraaf 4.3.3). Zo blijven de opzegbevoegdheden uit de verschillende regelingen buiten beschouwing, omdat de opdrachtnemer aan de onderkant in principe niet wordt beschermd tegen de opzegging van de duurovereenkomst van opdracht zelf, en daar goede verklaringen voor bestaan (zie in het bijzonder paragraaf 4.3.1.1). In deze context ga ik alleen in op het BBA, dat een deel van de opdrachtnemers tot 1 juli 2015 beschermde door middel van een preventieve beëindigingstoets (artikel 6 BBA (oud)) (paragraaf 4.4.1). Opvallend hieraan is dat deze bescherming vrij eenvoudig en zonder goed onderbouwde toelichting is afgeschaft. In het kader van de opzegtermijn is in alle opzegregelingen een verband te vinden tussen de lengte van de opzegtermijn en de looptijd van de overeenkomst. Daarnaast lijken de termijnen uit het arbeidsovereenkomstenrecht en agentuurrecht analoog te kunnen worden toegepast op de gevallen waarin de opdrachtgever de duurovereenkomst van opdracht met de opdrachtnemer aan de onderkant opzegt en een redelijke opzegtermijn moet worden bepaald (paragraaf 4.4.2).Ten aanzien van de opzegvergoedingen bieden de verschillende opzegregelingen weinig aanleiding tot analoge toepassing of het heroverwegen van het huidige systeem (paragraaf 4.4.3). Dat komt doordat in veel situaties een goede reden bestaat de opdrachtnemer op dit terrein geen bescherming te verlenen of doordat hij al soortgelijke bescherming geniet.
4.4.1 De opzegbevoegdheid4.4.2 De opzegtermijn4.4.3 De opzegvergoeding4.4.4 Afrondende bevindingen