Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.6:5.2.6 Na 104 weken: WIA
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.6
5.2.6 Na 104 weken: WIA
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943665:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de in art. 7:629 lid 11 sub a-d opgesomde gevallen duurt de loondoorbetalingsverplichting langer dan 104 weken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de werknemer na 104 weken nog ziek is en geen werkzaamheden voor de werkgever verricht, hetzij de bedongen arbeid in aangepaste vorm, hetzij andere passende arbeid, hoeft deze van de werkgever in principe geen loon meer te ontvangen.1 Dit is alleen anders indien de werkgever een loonsanctie opgelegd krijgt. Daar kan het UWV toe overgaan als de werkgever niet heeft voldaan aan de verplichtingen die hij heeft in het kader van de re-integratie van de werknemer.2 De werkgever kan dan verplicht worden gedurende maximaal 52 aanvullende ziekteweken loon door te betalen.
Als de werknemer nog arbeidsongeschikt is nadat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever is geëindigd, blijft behoefte bestaan aan inkomen. Als hij of zij meer dan 65% van het oude loon kan verdienen, bestaat geen recht meer op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De werknemer blijft dan in dienst bij de werkgever om de werkzaamheden te vervullen waarmee hij nog 65% of meer kan verdienen. Wanneer bij de werkgever hiervoor geen passende werkzaamheden bestaan, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen. Mogelijk heeft de werknemer dan recht op een werkloosheidsuitkering, waar ik in verband met de afbakening van mijn onderzoek niet nader op inga.
Wanneer na 104 weken ziekte de verdiencapaciteit van de werknemer echter 65% of minder is, bestaat mogelijk een recht op een WIA-uitkering.3 De wachttijd voor een WIA-uitkering is in beginsel op deze 104 weken gesteld. Echter kan – net als bij de Ziektewet – ook de WIA voorzien in een vervroegde uitkering voor zieke werknemers. Wanneer voor het verstrijken van de 104 weken al duidelijk is dat een werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, kan verkorting van de wachttijd van de WIA worden aangevraagd bij het UWV. Indien verkorting wordt toegepast, kan de wachttijd minimaal op dertien weken worden vastgesteld en maximaal een periode van 78 weken bedragen.4
De WIA-uitkering valt uiteen in een IVA- en een WGA-uitkering. Afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid kan een zieke werknemer aanspraak maken op een van deze twee soorten WIA-uitkeringen. De IVA-uitkering is bedoeld voor werknemers die niet meer dan 20% van het laatstverdiende loon kunnen verdienen en voor wie er geen of een zeer kleine kans is dat dit verbetert binnen een termijn van vijf jaar. De WGA-uitkering is bedoeld voor de langdurig zieke werknemers die minstens 35% arbeidsongeschikt zijn, maar minder dan 80%, en waarbij er nog kans is op herstel.5