De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.4:II.6.8.4 Het model-Van den Bergh
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.4
II.6.8.4 Het model-Van den Bergh
1
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284968:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van den Bergh 1957, p. 35-57.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na de oorlog zien we pas weer een interessante inbreng op het punt van het referendum in de herzieningsprocedure. Hoogleraar staatsrecht (en voormalig SDAP-politicus) Van den Bergh sprak in 1953 in een lezing over de grondwetsherzieningsprocedure. Van den Bergh kwam tijdens het slot van zijn rede tot de volgende interessante procedure met niet eerder verkondigde ideeën. Hij pleitte niet voor een obligatoir referendum, maar voor een facultatief referendum. De eisen om een dergelijk referendum te kunnen houden, zouden dusdanig zwaar moeten zijn, zodat enkel de grote kwesties middels een referendum aan de orde zullen worden gesteld.
Per saldo kwam Van den Bergh op het volgende systeem. Allereerst vindt een eerste lezing plaats bij gewone wet. Bekrachtiging vindt echter niet plaats, indien (1) de termijn van een aanvraag voor een referendum nog loopt. Zodra deze aanvraag slaagt, volgt een bindend referendum. Slaagt een dergelijke aanvraag niet dan volgt (2) een tweede lezing waarin enkel de Tweede Kamer met een gekwalificeerde meerderheid van drie vijfden voor het voorstel moet stemmen. Ik stip hierbij aan dat Van den Bergh ook pleitte voor afschaffing van de rol van de Eerste Kamer in de tweede lezing. Aantrekkelijk aan dit idee is dat Van den Bergh differentieert in de procedure. Er is een procedure mogelijk met én zonder een referendum. Een nadeel is dat de procedure met referendum wel licht uitvalt: één lezing met een gewone meerderheid en een referendum met een vereiste gekwalificeerde meerderheid van drie vijfden. Bovendien is de opzet van Van den Bergh op het punt van de aanvraag van een facultatief referendum onuitgewerkt.