Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.3.10
5.3.10 Wet op het financieel toezicht
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285684:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht), Kamerstukken II 2003/04, 29 708, Stb. 2006, 475. Zie ook: P.W.G.F. ten Westeneind, Geheimhouding en publicatie in de Wet op het financieel toezicht: een nieuwe balans? Tijdschrift voor Financieel recht 2006, nr. 9.
MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 46 e.v. In het voorstel van wet was de geheimhoudingsbepaling opgenomen in art. 1:72 t/m art. 1:77 Wft. Zie ook De Moor-Van Vugt e.a. 2012, blz. 33 e.v. Zie ook: het voorgestelde art. 1:93ga Wft (voorstel van wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, Kamerstukken II 2019/20, 35 447, nr. 2).
MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 46.
MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 23.
P.W.G.F. ten Westeneind, Geheimhouding en publicatie in de Wet op het financieel toezicht: een nieuwe balans? Tijdschrift voor Financieel recht 2006, nr. 9 en De Haan & Oosterhuis 2008, blz. 21 e.v. In het arrest HvJ EU 19 juni 2018 (Baumeister), ECLI:EU:C:2018:464 geeft het HvJ EU twee criteria voor vertrouwelijke informatie: de informatie mag niet openbaar zijn en de openbaarmaking van de gegevens zou mogelijk afbreuk doen aan de belangen van de verstrekker, derden of de goede werking van het systeem van controle (zie uitgebreider: L.M. Hiemstra, Beroepsgeheim niet meer te vertrouwen? Tijdschrift voor Financieel recht 2018, nr. 11).
MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 47.
MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 47.
O.a.: art. 1:89, tweede lid, Wft. Vide: MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 708, nr. 3, blz. 48. Vergelijk: art. 64, vijfde lid, Wtk 1992, art. 24 Wtb en art. 31, vijfde lid, Wte 1995.
Vergelijk: De Haan & Oosterhuis 2008, blz. 25-26 die voorstellen om de geheimhoudingsbepalingen in de Wft te schrappen.
Wet van 14 mei 2014 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met het verstrekken van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen door de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten aan de Algemene Rekenkamer, Kamerstukken II 2012/13, 33 729, Stb. 2014, 179. Met ingang van 1 januari 2019 is art. 1:93d Wft vernummerd naar art. 1:93e Wft.
MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33 729, nr. 3, blz. 1-3. De Algemene Rekenkamer mag de verkregen toezichtvertrouwelijke informatie aan geen enkele persoon of autoriteit bekend mag maken, tenzij deze niet kan worden herleid tot afzonderlijke personen.
Wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten ter implementatie van richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (Pb EU 2013, L 176) en ter implementatie van verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (Pb EU 2013, L 176) (Implementatiewet richtlijn en verordening kapitaalvereisten), Kamerstukken II 2013/14, 33 849, Stb. 2014, 253. Met ingang van 1 januari 2019 is art. 1:93e Wft vernummerd naar art. 1:93f Wft.
Art. 1:93f, tweede lid, Wft. Zie ook: MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33 849, nr. 3, blz. 35-36 en NAV, Kamerstukken II 2013/14, 33 849, nr. 6, blz. 23.
Wet van 11 november 2015 (Implementatiewet Europees kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen), Kamerstukken II 2014/15, 34 208, Stb. 2015, 431.
Art. 1:89, derde lid, Wft. Zie uitgebreider: MvT, Kamerstukken II 2014/15, 34 208, nr. 3, blz. 72-73. Vergelijk: NAV, Kamerstukken II 2014/15, 34 208, nr. 6, blz. 49.
Koninklijk besluit van 16 november 2015 (implementatiebesluit Europees kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen), Stb. 2015, 433.
Wet van 22 april 2020 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met het via een centraal elektronisch systeem geautomatiseerd ontsluiten van identificerende gegevens alsmede enkele andere gegevens door banken en andere betaaldienstverleners (Wet verwijzingsportaal bankgegevens), Kamerstukken II 2018/19,35 238, Stb. 2020, 151.
Op 1 januari 2007 is de Wft in werking getreden waarbij enkele financiële toezichtwetten werden gebundeld.1 Een strikt geheimhoudingsregime met een stelsel van limitatief omschreven uitzonderingen werd in de art. 1:89 tot en met (het huidige) art. 1:93h Wft voortgezet.2 Wederom werd door de wetgever gesteld dat – vanwege het ingrijpende karakter van de verplichting vertrouwelijke informatie ter beschikking te stellen aan de toezichthouder en om informatieverstrekking te bevorderen – de vertrouwelijkheid gewaarborgd diende te blijven.3 Hoewel geen wijziging werd beoogd is de geheimhoudingsbepaling van art. 1:89 Wft minder streng geformuleerd.4 Anders dan zijn voorgangers beperkt art. 1:89 Wft zich tot vertrouwelijke gegevens.5 Zo ziet art. 1:89 Wft niet op openbaar bekende informatie.6 Ook expliciete of stilzwijgende instemming van de betrokkene ontneemt het vertrouwelijke karakter aan de informatie.7 Niet-herleidbare gegevens zijn evenmin aan te merken als object van de geheimhouding.8 Hierdoor wordt aangesloten op art. 2:5 Awb.9
In 2014, 2015 en 2020 is de kring met onderworpen subjecten tot viermaal toe uitgebreid. Hiermee werd telkens beoogd om bij het verstrekken van vertrouwelijke gegevens en inlichtingen de geheimhoudingsverplichting van de verstrekkende partij over te laten gaan op de ontvangende partij. De eerste uitbreiding had betrekking op de invoering van de mogelijkheid om vertrouwelijke gegevens en inlichtingen te verstrekken aan de Algemene Rekenkamer ten behoeve van doelmatigheidsonderzoek naar het toezicht van DNB en de AFM (het huidige art. 1:93e Wft).10 Hierbij is expliciet bepaald dat de Algemene Rekenkamer de toezichtvertrouwelijke informatie geheim dient te houden.11 De tweede uitbreiding betrof de invoering van de mogelijkheid om vertrouwelijke gegevens en inlichtingen te verstrekken aan een parlementaire enquêtecommissie (het huidige art. 1:93f Wft).12 Ook hier is bepaald dat de parlementaire enquêtecommissie de toezichtvertrouwelijke informatie geheim dient te houden.13 In 2015 is de kring met onderworpen subjecten voor de derde maal uitgebreid.14 Deze derde uitbreiding betreft personen die niet zelf een taak vervullen op grond van de wet maar wel bij de uitvoering ervan betrokken raken en in dat kader de beschikking krijgen over vertrouwelijke informatie.15 Dit was ook aanleiding om de schending van de geheimhouding beboetbaar te stellen.16 Gezien het belang van de geheimhouding zou een hoge boete gerechtvaardigd zijn. De schending van art. 1:89 Wft is gerangschikt in categorie twee waardoor de boete kan oplopen tot € 1 miljoen.17 De meest recente uitbreiding in 2020 zag op de Minister van Justitie en Veiligheid in verband met het door hem beheerde centraal elektronisch systeem voor het geautomatiseerd ontsluiten van identificerende gegevens (art. 1:93h Wft).18