Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.1.5:4.3.1.5 Verhouding tot het Unierecht
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.1.5
4.3.1.5 Verhouding tot het Unierecht
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS492941:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 3.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de invoering van art. 29 lid 1 Wet OB 1968 (vanaf 2017) is de bepaling tekstueel in overeenstemming gebracht met art. 90 lid 1 Btw-richtlijn. De richtlijnconforme uitleg, zoals die gold onder art. 29 Wet OB 1968 (tot 2017) is daarmee overbodig geworden om hetzelfde resultaat (overeenstemming met het Unierecht) te kunnen bereiken. Naar mijn idee levert de in de Nederlandse rechtspraak gegeven uitleg aan de bepaling geen noemenswaardige fricties op met de betekenis die het Unierecht aan art. 90 lid 1 Btw-richtlijn toekent. De vraag naar wanneer sprake is van (niet-)betaling is naar mijn mening, bij gebreke aan duidelijke aanwijzingen vanuit het Unierecht, vooral een aangelegenheid van nationaal recht. Het Unierecht biedt in mijn optiek voldoende ruimte, weliswaar binnen de aldaar geschetste kaders,1 om in dat verband aansluiting te zoeken bij de civielrechtelijke duiding van de relevante feiten en omstandigheden. De codificatie van het rechtsgevolg, dat een verlaging van de maatstaf van heffing een recht op teruggaaf meebrengt, acht ik in overeenstemming met het Unierecht. Ik heb echter wel moeite met het feit dat de nationale wetgever toepassing van art. 29 Wet OB 1968 (vanaf 2017) afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de vergoeding eerst in rekening moet zijn gebracht. Dit vereiste lijkt het Unierecht niet te stellen. Evenmin lijkt het Unierecht daarvoor een rechtvaardiging te bieden. Dat ‘art. 37-btw’ van de werkingssfeer van art. 29 Wet OB 1968 is uitgesloten vindt mijns inziens wel steun in het Unierecht.