Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.5.7.5.1
II.5.7.5.1 Gevolgen verbonden aan schendingen van beslistermijnen en de redelijke termijn
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv.: AbRvS 13 mei 2009, nr. 200808359/1/H3; AbRvS 12 januari 2005, nr. 200404561/1.
AbRvS 19 november 2003, AB 2004/27 m.nt. A.M.L. Jansen. Overigens heeft HvJ EU onlangs in een uitspraak eenzelfde benadering gehanteerd: HvJ EU 16 juli 2009, C-385-07 P, EHRC 2010/20 m.nt. Widdershoven.
AbRvS 13 juni 2007, AB 2007/261, m.nt. Jansen; CRvB 8 december 2004, AB 2005/73, m.nt. Breoring. Zie ook: Barkhuysen & Van Ettekoven 2009, p. 136.
Zie bijv.: AbRvS 19 november 2003, AB 2004/27 m.nt. Jansen. Zie verder: Barkhuysen & Van Ettekoven 2009, p. 136.
In deze paragraaf staan de gevolgen die verbonden worden aan schendingen van beslis-termijnen en de redelijke termijn door het bestuur centraal. Vooropgesteld kan worden dat schendingen van beslistermijnen of de redelijke termijn door het bestuur in beginsel niet zouden moeten leiden tot een vernietiging, indien het besluit geen andere (materiële) gebreken vertoont.1 Voor de rechtmatigheid van het materiële besluit heeft de overschrijding immers geen gevolgen, waardoor een gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het besluit niet in de rede ligt.2 Als er sprake is van vernietiging van het besluit bij gebreke van een andere wettelijke voorziening, worden de rechtsgevolgen vervolgens door de betuursrechter in stand gelaten.3 In bepaalde gevallen kan overschrijding van de redelijke termijn wel het materiële besluit raken, in die zin dat een boete gereduceerd wordt of op nihil bepaald wordt.4 Daarnaast kan er schadeplichtigheid bestaan vanwege het schenden van de wettelijke beslistermijn of de redelijke termijn. De mogelijke gevolgen worden in de volgende paragraaf vanuit het perspectief van effectief rechtsbescherming nader toegelicht.