Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/III.2.2
III.2.2 Benoemingsbesluiten
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178860:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 12 november 1971, NJ 1972/41, m.nt. Scholten (Prisma Shoes).
HR 14 januari 1994, NJ 1994/405, m.nt. Maeijer (Stichting Handreiking), rov. 3.4.
HR 2 juni 1977, NJ 1978/238, m.nt. Maeijer (Coöperatieve Flatexploitatie Vereniging Minerva).
HR 15 december 2000, JOR 2001/1, m.nt. Van den Ingh (Van Ekelenburg/Squamish), rov. 3.2.1 slot.
HR 6 januari 2012, JOR 2012/75, m.nt. Verburg (Imeko), rov. 3.4.
Zie voor nog meer lagere rechtspraak Bennaars 2015, p. 112-113.
Ktg. Haarlem 29 september 1995, JAR 1995/240 (Klavervier), OK 15 mei 1997, NJ 1998/517 (Hoffmann Beheer), rov. 4.1, Ktg. Enschede 3 juli 1998, JOR 1999/2 (Fibex), rov. 3, Hof Amsterdam 1 maart 2007, JAR 2007/106, m.nt. Verhulp (Veer Palthe Voûte), rov. 3.6, Hof Amsterdam 23 oktober 2003, JOR 2004/7 (Invensys Systems), rov. 4.6 en Rb. Midden-Nederland 14 december 2006,ECLI:NL:RBMNE:2016:7732, rov. 4.4.
Hof ’s-Gravenhage 8 juli 1999, JAR 1999/177 (Van den Meerendonk), rov. 8, Hof Arnhem 13 september 2005, JOR 2006/173, m.nt. Dings (Lammers/Aerts q.q.), rov. 2.3 en Rb. Noord-Holland 3 september 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:9377, rov. 4.9.
Vgl. o.m. Rb. Overijssel 8 september 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:4076 (Topicus Overheid), rov. 4.5 e.v., GEA Sint-Maarten 19 oktober 2016, NJF 2017/ 108, rov. 4.8 en Rb. Oost-Brabant 7 april 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:2074 (DPD), rov. 4.14 e.v.
Veel jurisprudentie is voorhanden over benoemingsbesluiten. In de ‘standaardcasus’ is X een hooggeplaatste werknemer van vennootschap Y, die zich gedraagt als ware hij statutair bestuurder. Als de algemene vergadering X wil ontslaan, stelt X dat hij bij gebreke van een formeel benoemingsbesluit nooit bestuurder is geworden en derhalve de ontslagbescherming van een werknemer geniet. Vennootschap Y beroept zich op haar beurt op het bestaan van een impliciet benoemingsbesluit. Wie heeft gelijk? De lijn van de Hoge Raad is wat onbepaald. In Prisma Shoes neemt hij aan dat een benoemingsbesluit besloten kan liggen in een door alle aandeelhouders ondertekende arbeidsovereenkomst.1 In Stichting Handreiking sanctioneert de Hoge Raad een impliciet benoemingsbesluit, dat wil zeggen een besluit zonder formele stemming of vastlegging.2 Maar zijn Minerva-arrest wijst de andere kant op. In die zaak komt het niet tot een uitdrukkelijk benoemingsbesluit, maar wordt de leden ter vergadering slechts medegedeeld dat de ene bestuurder is vervangen door een andere. De leden maken geen bezwaar en protesteren ook later niet. De rechtbank veronderstelt daarom een stilzwijgend besluit, maar de Hoge Raad casseert.3 Het arrest Van Ekelenburg/Squamish geeft geen uitsluitsel. In cassatie stond vast dat geen besluit was genomen, ook niet stilzwijgend. De Hoge Raad maakte daarom slechts korte metten met het in het cassatiemiddel opgeworpen betoog dat de gerechtvaardigde schijn van een benoemingsbesluit was gewekt in de zin van art. 3:35 BW, niet met de gedachte van een impliciet benoemingsbesluit.4 Ook het Imeko-arrest onderstreept slechts dat de benoeming tot bestuurder een besluit van het daartoe bevoegde orgaan behoeft, niet dat dat besluit aan een zekere vorm moet voldoen.5
Intussen is de lagere rechtspraak verdeeld.6 De meeste rechters staan niet afwijzend tegen de mogelijkheid van een impliciet benoemingsbesluit, mits uit voldoende gestelde gegevens en omstandigheden blijkt dat een besluit is genomen.7 Heel soms wordt evenwel een formele lijn gevolgd, maar in die gevallen laat zich dat verklaren doordat onvoldoende is gesteld.8 Al met al lijkt ook een benoemingsbesluit impliciet te kunnen worden genomen – dat wil zeggen zonder dat notulen voorhanden zijn die een uitdrukkelijk besluit bevatten – maar dat vergt wel dat feiten en omstandigheden zijn gesteld die daarop duidelijk wijzen. De feiten moeten de algemene vergadering betreffen; Van Ekelenburg/Squamish indachtig volstaan gedragingen van de beweerdelijk bestuurder op zichzelf niet. Dat de ‘bestuurder’ naar buiten heeft vertegenwoordigd, beslissingen heeft genomen en is ingeschreven in het Handelsregister kan de doorslag niet geven.9 Aangezien de vennootschap een bevrijdend verweer voert – ‘X is bestuurder en is dus rechtsgeldig ontslagen’ – rust de bewijslast op de vennootschap.
Al met al kan een besluit vormvrij totstandkomen. Besluitvorming hoeft niet noodzakelijkerwijs een formeel, uitdrukkelijk of schriftelijk karakter te hebben. Een besluit kan ook uit de feiten en omstandigheden worden afgeleid, temeer als die gegevens aantonen dat de vereiste stemmenmeerderheid is verkregen of dat het bevoegde orgaan heeft besloten. Zowel het besluit als de daarvoor benodigde stemmen kunnen derhalve informeel komen vast te staan, al laat de praktijk van het benoemingsbesluit zien dat de rechter doorgaans eist dat de terzake gestelde feiten een zekere substantie hebben. Gedragingen van anderen dan het bevoegde orgaan kunnen daaraan niet bijdragen. Wel kan de aard van het besluit maken dat zwaardere totstandkomingseisen gelden, bijvoorbeeld gezien de zwaarwegende gevolgen van dat besluit of de ratio die achter besluitvorming schuilgaat.