Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.1.4
9.7.1.4 Opvoeding tot goed staatsburger onvolledig
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977215:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ibid., p. 78; vgl. De Winter 1995, p. 117, J.A.M. Carpay, Een school voor toekomstige burgers, Langeveld-lezing, Utrecht: ISOR 1994 en Steutel & Spiecker 2001, p. 231.
Ibid., p. 78.
Langeveld 1967, p. 64 e.v.
Ibid., p. 78-79.
Ibid., p. 74.
B. Levering, ’Van fenomenologie tot hermeneutiek: met een accent op de Utrechtse School’, in: Smeyers & Levering (red.) 2001, p. 84 e.v.
Kohnstamm 1919, p. 467.
. Levering 2001, p. 96-97.
Langeveld 1979, p. 43; Duynstee 1956, p. 61, 65, 67 en Bos 2011, p. 47, 56.
Langeveld 1967, p. 74.
Zie: M.J. Langeveld, Opvoedingshulp als groeiende wetenschap, (afscheidsrede UU), Amsterdam: Agon Elsevier 1972 en ‘Opvoeding: waarheen?’, Jaarboek Civis Mundi, Alphen a/d Rijn: Samsom 1972, p. 89 e.v.
Kohnstamm 1981, p. 82-120.
Langeveld koestert, ten aanzien van de opvoedingsdoelen, enige reserve bij het begrip goed burgerschap. ’Dit begrip is onvolledig’, stelt hij.1 Hij beschouwt de wil om goede staatsburgers te vormen ‘als zuiver conformistisch’. ‘Immers bij de precisering van het begrip ‘goed staatsburger’, ontstaat het gevaar van een te sterk gespannen collectivisme, waarbij het kenmerk van de individuele zedelijke zelfbepaling verdwijnt, terwijl als een ander gevaar vaag idealistisch reformisme voorligt: men wil opvoeden voor de maatschappij van morgen en begint dan maar vast met goede staatsburgers te vormen […]’.2 Langeveld beschouwt de opvoeding tot goed staatsburger als een ‘onvolledige doelstelling die niet aan de ‘pedagogische grondwet’ is getoetst.3 Hij vraagt zich af of ‘de mens in het staatsburgerschap ooit zijn hoogste bestemming kan bereiken’.4 Het geweten van de mens ‘als sociaal-zedelijk-persoonlijk wezen’5 en het handelen van de staat kunnen conflicteren en daarom is het hoogste opvoedingsdoel niet goed staatsburgerschap, al kan een goede opvoeding dit doel wel mede mogelijk maken.6
Volgens Kohnstamm is de volmaakte naleving van de menselijke bestemming het hogere levensdoel. Hij vraagt zich af, hoe de staat, als een gecodificeerde gemeenschapsvorm, dit kan bereiken.7 De staatsgemeenschap heeft de taak zich te organiseren, recht te scheppen en te handhaven. Daardoor is de staat ‘een zich-constituerende gemeenschap, waarin de burger de taak heeft deze bij de les te houden en tevens de plicht deze moreel te toetsen: de staat is de gemeenschap der moreel volwassenen, waarvan het kind géén deel uitmaakt’.8
Het opvoeden tot goed staatsburger valt voor Langeveld samen met de morele opvoeding tot zelfverantwoordelijk zelfbepalend burger.9 Voor Kohnstamm en Langeveld is burgerschapsvorming morele vorming. Het doel is het verwerven van zelfverantwoordelijke zelfbepaling in de context van persoonlijke betrokkenheid op de medemens (zelfheid-in-relatie). Het is de bedoeling dat de opvoedeling een ‘handelend sociaal-zedelijk-persoonlijk wezen’ wordt.10 In die zin is het doel van vorming de gerichtheid op de persoonsvorming.11 De wijsgerige antropologie is lange tijd dominant in het denken over zin en inhoud van opvoeding en onderwijs. Dit zien we ook bij Kohnstamm en Langeveld. Kohnstamm drukt de betekenis van de wijsgerige antropologie kernachtig uit: ‘De pedagogiek zal filosofisch zijn of ze zal niet zijn’.12
Kortgezegd, de staat is in de theorieën van Kohnstamm en Langeveld de gemeenschap van moreel volwassenen, waarvan het kind nog geen deel uitmaakt. Echter, het kind wordt wel dusdanig opgevoed dat het later onderdeel kan uitmaken van de (sub)gemeenschap. Daarvoor kunnen de ouders van de overheid verlangen om middelen ter beschikking te stellen voor de nakoming van hun opvoedingsplicht (artikel 1:82 BW). In de staatsburgerlijke opvoeding moet de onafhankelijkheid van de staat centraal staan, hetgeen betekent dat positief-kritisch burgerschap bevorderd moet worden. Er zijn hiervoor geen algemeen betrouwbare normen en gedeelde integratiepunten, waarop de jonge staatsburger zich kan oriënteren voor zijn toekomstig functioneren.