Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.2.2:5.2.2.2 De voorbereiding van het nader gehoor
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.2.2
5.2.2.2 De voorbereiding van het nader gehoor
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180122:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoormedewerkers zeggen een grote mate van vrijheid te hebben om te bepalen hoe ze het nader gehoor voorbereiden. Geen van de respondenten is bekend met specifieke instructies hiervoor:
I: Zijn er instructies [voor het voorbereiden van het nader gehoor]?
R: Bij mijn weten niet nee. Je kunt je inderdaad voorstellen dat je even een ambtsberichtje doorkijkt of zo. Dat doe ik ook wel eens. Maar het hangt ervan af hoeveel tijd je hebt. Als je de hele dag in de algemene asielprocedure bezig bent geweest en de volgende ochtend heb je ook een gehoor en je start vrij vroeg, dan heb je nog een klein uurtje om alles door te lezen en uit te zoeken. Dat is niet heel veel.1
Verschillende hoormedewerkers vertellen dat ze van hun (voormalig) begeleiders hebben geleerd wat de beste manier van voorbereiding is. Een groot deel van het werk als hoormedewerker wordt in de praktijk geleerd, door het te doen. De medewerkers worden hierin begeleid door een meer ervaren medewerker, totdat ze ‘taakvolwassen’ zijn en dus ‘tekenbevoegd’. Dat wil zeggen dat ze zelfstandig het gehoor mogen afsluiten en het rapport van gehoor mogen ondertekenen. De routines die ze ontwikkelen ter voorbereiding van het nader gehoor worden beïnvloed door deze begeleiders. Dit heeft vermoedelijk weer gevolgen voor de wijze waarop nieuwe collega’s die zij (zullen gaan) begeleiden het gehoor gaan voorbereiden.
I: Heb je dat zo geleerd, om dat rondje in de voorbereiding te maken?
R: Ja, dat heeft mijn begeleider er zo ingeramd. Dat geef ik ook door. Ik vind dat je alles toch even moet aanstippen. Je kunt niet zeggen: ik heb het al zo vaak eerder gedaan, ik weet het wel. Er staat misschien een nieuwe vraag en antwoord [op het intranet]. Je moet weten wat actueel is. Het is ook logisch toch, om het zo te doen?2
Ook al zegt de hierboven aangehaalde medewerker zijn wijze van voorbereiding als vanzelfsprekend te beschouwen, niet iedere medewerker heeft dezelfde routine ontwikkeld. De verschillen zien vooral op welke informatiebronnen standaard ter voorbereiding van het gehoor worden geraadpleegd. Alle hoormedewerkers zeggen voorafgaand aan het nader gehoor het rapport van het eerste gehoor te raadplegen. Sommige hoormedewerkers werken daarnaast gestructureerd een lijstje met informatiebronnen af. Deze groep wil er steeds zeker van zijn dat ze op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen over het beleid en de situatie in het land van herkomst, voor zover die informatie ze door de organisatie beschikbaar wordt gemaakt:
I: Hoe bereid je je geboren voor en welke informatie betrek je daarbij? R: Dat is een vast rondje. Je neemt het dossier door. Kijkt wie je voor je hebt. Soms springen daar wel dingen uit. In het geval van de Chinese mevrouw [ik zat bij het gehoor waarnaar de hoormedewerker verwijst] wisten we al dat het om het geloof zou gaan. We kijken ook naar etniciteit. Als je dat in kaart hebt, dan maak ik een rondje langs het beleid, welke informatieberichten zijn hierover onlangs verschenen. Welke landeninformatie. Als ik het land niet goed ken, probeer ik ervoor te zorgen dat ik in ieder geval een aantal zaken goed weet, zodat ik een beetje intelligent overkom. Dat mensen het idee hebben dat ik weet waar ik het over heb, hoewel dat niet altijd zo is natuurlijk. Als dingen me opvallen, de naam van een document bijvoorbeeld, lees ik het deel van het ambtsbericht dat daarover gaat, als ik dat document nog niet ken. […]
I: Ik zag dat je ook alvast een tijdlijn maakt?
R: Bij het nader gehoor wel ja.
I: Doe je dat altijd?
R: Bijna altijd wel. Even kijken wanneer iemand vertrokken is, wanneer iemand voor het laatst heeft gewerkt. Dan weet je al een beetje hoe het zal gaan. Dan ben je al ietsje beter voorbereid.
Andere medewerkers vinden het niet nodig om zich voorafgaand aan ieder gehoor van eventuele ontwikkelingen op de hoogte te stellen en zien dit meer als een taak van de beslismedewerker. Zij lezen ter voorbereiding alleen het rapport van het eerste gehoor en raadplegen andere informatiebronnen uitsluitend als zij verwachten dat dit zinvol is. Een laatste groep van vooral medewerkers met minstens een paar jaar ervaring, zegt juist altijd zonder al teveel voorbereiding te willen beginnen aan het nader gehoor.
I: En wat doe je ter voorbereiding van het nader gehoor?
R: Ja, dan lees je het eerste gehoor. Ik probeer een beetje blanco het nader gehoor in te gaan. Van ‘kom maar, vertel maar wat er gespeeld heeft’. Soms weet je op basis van het eerste gehoor al wat er ongeveer gaat spelen. Maar vaak is het ook wel een verassing. Dan is het meer, niet in de voorbereiding, maar tijdens het gehoor [dat ik op zoek ga naar informatie]. Maar daar houdt de voorbereiding van het nader gehoor wel mee op.3
Deze medewerkers zeggen met een open houding het gehoor in te willen gaan en gaan zich pas in andere informatiebronnen verdiepen als daar gedurende het gehoor aanleiding toe ontstaat. De hoormedewerkers wijzen erop dat ze ook gedurende het gehoor de mogelijkheid hebben om een pauze in te lassen en aanvullende informatie te raadplegen.
Aan de voorbereiding van het nader gehoor zeggen hoormedewerkers gemiddeld wat meer tijd te besteden dan aan de voorbereiding van het eerste gehoor, maar over het algemeen ook niet langer dan een half uur tot een uur. Hoormedewerkers hebben hiervoor ook niet meer tijd door de strakke planning van de algemene asielprocedure. Zeker gedurende de verhoogde instroom van asielzoekers tijdens mijn onderzoekperiode was er volgens verschillende medewerkers weinig tijd voor de voorbereiding. Dit werd overigens door medewerkers als een gegeven beschouwd en door geen van de medewerkers expliciet als problematisch benoemd.
I: Hoe lang heb je daar gemiddeld voor, om een nader gehoor voor te bereiden?
R: Nou zoals het nu wordt ingepland ben je de dag daarvoor gewoon met een andere zaak bezig geweest.
I: Dus je doet dat op de dag zelf?
R: Dus op de dag zelf. Het is in de praktijk vaak zo in dat je aan het begin van de dag nog niet eens weet wie je gaat horen, nog niet eens in de agenda hebt gekeken welke nationaliteit je nu hebt, of op welke zaak je nu bent ingedeeld. Vaak ga ik in de ochtend mijn dossier ophalen en denk ik ‘oh, ik sta bij een Syriër vandaag’. Dan ga je pas je voorbereidingen doen.4
De wijze van voorbereiding is niet alleen afhankelijk van de per medewerker ontwikkelde routine, maar ook afhankelijk van de ervaring met het horen van asielzoekers uit het betreffende land van herkomst.
I: Dus je kijkt wat het beleid is over het land waar iemand vandaan komt?
R: Dat hoeft niet altijd. Als je een land hebt wat heel vaak voorkomt, dan weet je dat wel. Maar er zijn ook landen die niet zo vaak voorkomen, dan denk je: hoe zit het daar ook alweer mee? Is er nog iets veranderd, of is het nog steeds zo. Dan is het wel handig als je een beetje weet waarop je moet letten.5
Ook kan de hoeveelheid informatie die beschikbaar is over dat land van invloed zijn, en de vraag of er bijzonder beleid geldt voor asielzoekers uit het land. Niet over ieder land is immers evenveel informatie te vinden:
I: Hoe pak je de voorbereiding van het nader gehoor aan?
R: In ieder geval lees ik het rapport van het eerste gehoor, zodat ik weet wie hij is. En dan ga ik me iets meer verdiepen in het land. [In] de Leidraad, [daarin staan] landen waar dingen over bekend zijn, maar sommige landen [staan er] ook gewoon niet [in]. Ja, dan ga ik niet heel veel opzoeken van tevoren. Het eerste gehoor goed lezen en verder kun je ook niet heel veel voorbereiden, want je weet niet zo goed wat iemand gaat vertellen.6