Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/5.7.6
5.7.6 Fair trial; Ktg. Amsterdam 5 januari 1996, NIPR 1996, 145
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS431779:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. de Engelse zaak Oppenheimer v. Louis Rosenthal [1937] 1 All E.R. 23 (CA). Hierin ging het om de vraag of de Engelse rechter bevoegd was ter zake van een vordering van de werknemer, een Duitse jood, tegen zijn Duitse werkgever in verband met het onregelmatig beëindigen van het tussen partijen geldende contract. De werkgever betoogde dat Duitsland het forum conveniens was. De Court of Appeal besliste echter dat: `(...) there is said to be grave reason to suppose that, if the plaintiff goes to Germany, he would not be allowed to be represented by an advocate. He would have to appear in person before the Labour Court and conduct his own case; he would also be under a real risk of being arrested and put in a concentration camp.'
Vgl. voor art. 429c Rv oud: HR 20 januari 1984, NJ 1984, 751 (ICS), besproken in par. 2.6.4.
In Vzngr. Rb. 's-Gravenhage 22 december 2005, NIPR 2006, 108, voert de man aan dat 'er geen onpartijdige en onafhankelijke rechtsgang voor hem [in het buitenland, Fl] zal zijn, aangezien de familie van de vrouw, in het bijzonder haar vader, erg veel invloed heeft in Nepal en India.' Zie ook Rb. 's-Gravenhage 12 januari 2006, LJN AV2498. De rechtbank slaat hierop in beide gevallen geen acht.
Na 1 januari 2002 zal de waarde van een dergelijke forumkeuze in het licht van art. 8 lid 2 jo. lid 3 Rv gering zijn. Een forumkeuze voor de rechter in een derde staat laat de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter in arbeidszaken onverlet. Dat is slechts anders indien de forumkeuze is gesloten na het ontstaan van het geschil of de werknemer zich met een beroep op de forumkeuze tot de buitenlandse rechter wendt.
Ktg. Amsterdam 27 april 2000, Prg. 2000, 5493: `Abbas [eiser, Fl] heeft niet de Nederlandse nationaliteit en is ook niet in Nederland woonachtig (geweest). Kuwait Airways is een vennootschap naar het recht van Koeweit en is in dat land gevestigd. De zaak betreft niet haar filiaal in Amsterdam, zodat er ook geen sprake van is dat zij geacht moet worden mede aldaar woonplaats te hebben. De overeenkomst is niet in Nederland gesloten en werd daar ook niet uitgevoerd.' Idem Ktg. Amsterdam 27 april 2000, NIPR 2000, 315.
Verder is de uitoefening van rechtsmacht door de Nederlandse rechter op grond van het relatieve forum necessitatis op zijn plaats indien de eiser zich kan wenden tot een bevoegd buitenlands gerecht, maar een behoorlijke of eerlijke rechtsgang aldaar voor hem niet is gewaarborgd (art. 9 sub c Rv). De oorzaak hiervan kan zijn gelegen in de nationaliteit, religie, ras1 of politieke opvatting2 van de eiser. Of in het feit dat om een andere reden geen onpartijdige en/of onafhankelijke rechtspraak is gewaarborgd.3 Illustratief zijn de onder 'oud' procesrecht gewezen uitspraken waarin de Nederlandse rechter geroepen wordt om te oordelen over vorderingen, hoofdzakelijk tot betaling van achterstallig loon, ingesteld door in Nederland alsmede in het buitenland wonende piloten jegens Kuwait Airways Corporation. De piloten zijn voormalige houders van de Iraakse nationaliteit. In de tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst is een beding opgenomen op grond waarvan de rechter te Koeweit exclusief bevoegd is ter zake van alle geschillen voortvloeiend uit het beding.4 Volgens de piloten moet aan dit beding voorbij worden gegaan, omdat zij in Koeweit niet op een eerlijk proces kunnen rekenen. In Ktg. Amsterdam 5 januari 1996, NIPR 1996, 145 overweegt de rechter als volgt:
`De piloten stellen niet tot Koeweit te worden toegelaten en als voormalige houders van de Iraakse nationaliteit geen kans hebben op een 'fair trial'.
(...) [Het] staat vast dat Abood [piloot, op 2 augustus 1994 bij de ambassade vanKoeweit is geweest voor het aanvragen van een visum en dat hem een visum is geweigerd omdat hij vroeger de Iraakse nationaliteit heeft gehad.
Uit een door de piloten overgelegd rapport van Amnesty International van februari 1994 inzake de rechtspleging in Irak na de bevrijding van dit land blijkt dat personen van onder meer Iraakse nationaliteit die van de hun telastegelegde collaboratie met de vijand waren vrijgesproken desalniettemin van hun vrijheid beroofd zijn gebleven.
Aldus is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan de piloten met recht kunnen vrezen dat zij niet op een eerlijk proces in Koeweit kunnen rekenen.'
De kantonrechter zet de forumkeuze opzij en verklaart zich als noodforum bevoegd, omdat de piloten met recht kunnen vrezen dat een gerechtelijke procedure in Koeweit niet eerlijk zal verlopen. De uitkomst is bevredigend. Opvallend is dat niet, althans niet expliciet, wordt getoetst of voldaan is aan het vereiste van verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer. Dat de zaak voldoende binding met Nederland heeft lijkt mij duidelijk, nu een van de piloten in Nederland woont. De kantonrechter beroept zich voor het oordeel over 'fair trial' op onder andere een rapport van Amnesty International inzake de rechtspleging in Irak. De Nederlandse rechter kan, gesteld voor de vraag of een eerlijke rechtsgang in het buitenland is gewaarborgd, naast rapporten van mensenrechtenorganisaties ook gebruik maken van de landeninformatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de lijst van de Immigratie- en Naturalisatie-dienst over onveilige landen voor de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en van informatie verkregen van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland.
In Ktg. Amsterdam 27 april 2000, Prg. 2000, 5493 (bekrachtigd door Rb. Amsterdam 27 maart 2002, Prg. 2002, 5861) en Ktg. Amsterdam 27 april 2000, NIPR 2000, 315, loopt het anders met de rechtsmacht van de Nederlandse rechter af. In beide zaken was het oordeel van de kantonrechter dat, gesteld dat juist is dat een effectieve rechtsgang in Koeweit voor de piloten ontbreekt, de Nederlandse rechter zich dan slechts als noodforum bevoegd kan verklaren indien de zaak enige aanknoping met de Nederlandse rechtssfeer heeft. Volgens de kantonrechter was hiervan niet gebleken, zodat hij zich onbevoegd verklaarde.5