De systematiek van de vermogensdelicten
Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/5.7.2:5.7.2 De Larceny Act 1916
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/5.7.2
5.7.2 De Larceny Act 1916
Documentgegevens:
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een misdemeanour is niet vergelijkbaar met wat wij een overtreding zouden noemen. Er is nog een lagere categorie strafbare feiten, namelijk de ‘summary offences’.
Onder taking viel ingevolge s. 1(2)(a) van de Larceny Act immers ook obtaining the possession by any trick.
Smith 1994, par. 1.10.
Ormerod & Williams 2007, par. 1.24.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor larceny was onder de common law vereist dat sprake was van taking van een goed van een ander. Taking vereiste onder meer het ontbreken van toestemming van het slachtoffer op het moment van de taking. Als gevolg daarvan werden slachtoffers van misleiding, bedrog en oplichting onvoldoende beschermd. In 1757 werd daarom ‘obtaining by false pretences’ strafbaar gesteld. Dit was echter slechts een misdemeanour (dat wil zeggen een minder ernstig strafbaar feit),1 terwijl larceny een felony (een ernstig strafbaar feit) was. De rechtbanken probeerden daarom misleidingszaken toch onder het bereik van larceny (by a trick)2 te brengen, door de instemming die de slachtoffers als gevolg van de misleiding hadden gegeven ongeldig te verklaren.3 S. 32 van Larceny Act 1916, waarin ‘obtaining by false pretences’ werd opgenomen, luidde:
“Every person who by any false pretence—
with intent to defraud, obtains from any other person any chattel, money, or valuable security, or causes or procures any money to be paid, or any chattel or valuable security to be delivered to himself or to any other person for the use or benefit or on account of himself or any other person; or
with intent to defraud or injure any other person, fraudulently causes or induces any other person—
to execute, make, accept, endorse, or destroy the whole or any part of any valuable security; or
to write, impress, or affix his name or the name of any other person, or the seal of any body corporate or society, upon any paper or parchment in order that the same may be afterwards made or converted into, or used or dealt with as, a valuable security;
shall be guilty of a misdemeanour and on conviction thereof liable to penal servitude for any term not exceeding five years.”
Het onderscheid tussen ‘obtaining by false pretences’ en ‘larceny by a trick’ werd gemaakt door het antwoord op de vraag of eigendom werd overgedragen of slechts bezit. Wanneer de verdachte door valse mededelingen het slachtoffer bewoog het bezit van een goed aan hem over te dragen, was dit ‘larceny by a trick’. Als de verdachte zijn slachtoffer echter op die manier bewoog om de eigendom van het goed aan hem over te dragen, was dit ‘obtaining by false pretences’. Dus een verdachte die door middel van valse mededelingen iemand bewoog hem goederen te leveren op huurkoopbasis met de intentie to appropriate, maakte zich schuldig aan larceny by a trick, omdat de eigendom niet overging. Maar als de verdachte hem bewoog tot levering van de goederen op krediet, was sprake van obtaining by false pretences, omdat de eigendom in dat geval wel over ging.4
Obtaining by false pretences werd in de Larceny Act 1916 bedreigd met een gevangenisstraf van vijf jaren.