Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.6.6.4
8.6.6.4 Klassensystemen
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186563:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 8.6.5.5 en 8.7.
Zie art. 373 Voorontwerp WHOA, § 222 InsO, art. 9 lid 2 Voorstel Richtlijn Preventieve Herstructurering en § 1122 (a) U.S. Bankruptcy Code.
Zie over de klassen van de rangorde par. 7.3.3.5 en over de klassen voor het akkoord nader par. 8.7.2.
Zie nader par. 8.7.
Zie art. 381 lid 3 Voorontwerp WHOA. Zie naar Duits recht § 251 InsO, Schröder 2014, p. 2076, MüKoInsO/Sinz InsO § 250, rn. 37, Braun/Frank/Braun InsO § 248, rn. 2, Uhlenbruck/Lüer/Streit InsO § 225, rn. 7 en MüKoInsO/Breuer § 225, rn. 14 e.v. De Duitse regeling is op zijn beurt gebaseerd op het Amerikaanse recht, zie Uhlenbruck/Lüer/Streit InsO § 245, rn. 24. Zie over de Amerikaanse regeling § 1129 (b) U.S. Bankruptcy Code en Tollenaar 2016, p. 155-173.
Zie art. 381 lid 4 Voorontwerp WHOA, § 245 InsO, § 1129 U.S. Bankruptcy Code en art. 11 Voorstel Richtlijn Preventieve Herstructurering. Deze cram down wordt ook wel de cross class cram down genoemd, ter onderscheiding van het geval waarin schuldeisers die tegenstemmen aan het akkoord worden gebonden omdat zij binnen hun eigen klasse worden overstemd.
Vgl. par. 5.5.6.5 en 7.4.2.2.
Zie Tollenaar 2016, p. 166 e.v., Tollenaar 2017b, Tollenaar 2017c en Spierings & Kolthof 2017.
Zie art. 381 lid 4 Voorontwerp WHOA, § 245 lid 1 aanhef en sub 1 InsO jo. § 245 lid 2 aanhef en sub 2 InsO, Uhlenbruck/Lüer/Streit InsO § 225, rn. 7 en 24, § 1129 U.S. Bankruptcy Code en art. 11 Voorstel Richtlijn Preventieve Herstructurering. Ik neem hierbij aan dat een van de schuldeisers uit de tegenstemmende klasse bezwaar maakt tegen de homologatie.
560. Modernere akkoordprocedures dan het faillissementsakkoord werken veelal met een klassensysteem.1 Dat geldt bijvoorbeeld voor de Amerikaanse chapter 11, het Duitse Insolvenzplan en voor de procedures uiteengezet in het voorontwerp voorstellen voor de WHOA en het voorstel voor een Europese Richtlijn over preventieve herstructurering.2 In al die gevallen vindt de stemming over het akkoord plaats in verschillende klassen van schuldeisers. Omdat het kan gebeuren dat de sommige klassen voor het akkoord stemmen en andere klassen tegen, hebben dergelijke akkoordprocedures nauwkeurige criteria voor de homologatie van die akkoorden in dergelijke gevallen. Die criteria kunnen inspiratie bieden bij de beslissing over de homologatie van een faillissementsakkoord waarin de achtergestelde schuldeisers een betaling wordt toegezegd zonder dat de seniorschuldeisers volledig zijn voldaan.
In akkoordprocedures met klassen worden de klassen zo ingedeeld dat alle schuldeisers binnen één klasse een vergelijkbare positie hebben. Dat betekent onder andere dat de klassen van de rangorde doorgaans samenvallen met de klassen van het akkoord.3 Eigenlijk achtergestelde schuldeisers vormen in dergelijke systemen doorgaans hun eigen klasse.4
561. Bij de homologatie van akkoorden in een klassensysteem wordt onderscheiden tussen de homologatie van akkoorden die in iedere klasse zijn aangenomen en de homologatie van akkoorden die in een of meerdere klassen niet zijn aangenomen.
Als het akkoord in alle klassen is aangenomen wordt het relatief eenvoudig gehomologeerd, omdat iedere tegenstemmer dan is overstemd door andere schuldeisers in een vergelijkbare positie. Een betaling aan de achtergestelde schuldeisers terwijl de senioren niet worden voldaan staat dan niet in de weg aan homologatie omdat kennelijk alle klassen daarmee instemmen. Dan is naast de gebruikelijke homologatiecriteria die ook voor faillissementsakkoorden gelden alleen vereist dat iedere schuldeiser onder het akkoord meer ontvangt dan hij bij vereffening zou ontvangen.5 Dat betekent dat de extra waarde die schuldeisers ontvangen voortkomt uit de meerwaarde die met het akkoord gerealiseerd kan worden ten opzichte van een vereffening. Dat is een waarborg voor de individuele tegenstemmende schuldeisers die binnen hun eigen klasse zijn overstemd.
562. Het is ook mogelijk dat niet alle klassen instemmen. Zo kan het gebeuren dat in een akkoord een betaling wordt toegezegd aan de achtergestelde schuldeisers die daarom voor stemmen, terwijl de seniorschuldeisers niet volledig worden voldaan en daarom tegen stemmen. Als er niet in klassen wordt gestemd, zoals in het systeem van de Faillissementswet, dan zouden de seniorschuldeisers in een dergelijk geval overstemd kunnen worden door de achtergestelde schuldeisers.
Als over een akkoord wordt gestemd met een klassensysteem en een klasse niet heeft ingestemd kan het akkoord alleen worden gehomologeerd met een cram down.6 Daarvoor gelden extra vereisten. Onder de Duitse regeling voor het Insolvenzplan, de regeling van chapter 11, het Voorstel voor de Richtlijn Preventieve Herstructurering en het voorontwerp voor de WHOA is voor een cram down onder meer vereist dat het akkoord de ‘absolute priority rule’ volgt.7 Deze regel houdt in dat geen lager gerangschikte schuldeiser een betaling mag ontvangen voordat de hoger gerangschikte schuldeisers volledig zijn voldaan.8 Dat betekent dat als niet alle klassen instemmen met het akkoord de achtergestelde schuldeisers onder dat akkoord alleen een betaling kan worden toegezegd als de seniorschuldeisers volledig worden voldaan.9
Dit vereiste voor een cram down leidt ertoe dat een akkoord waarin achtergestelde schuldeisers betaling ontvangen terwijl de senioren niet volledig worden voldaan, alleen mogelijk is met instemming van de klasse van seniorschuldeisers. Als de seniorschuldeisers niet als klasse instemmen kan het akkoord immers niet worden gehomologeerd.
In grote lijnen geldt hetzelfde voor de verhouding tussen de preferente en de concurrente schuldeisers bij een faillissementsakkoord. Als de preferente schuldeisers niet volledig, althans naar bevrediging, worden voldaan kan iedere preferente schuldeisers het akkoord blokkeren.10 Dit verschilt in zoverre van de absolute priority rule dat iedere preferente schuldeiser individueel in dat geval het akkoord kan blokkeren. Daarvoor is niet nodig dat het akkoord in zijn klasse wordt verworpen.11