Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.3.1
8.3.1 Rechtsvormwijziging 403-rechtspersoon
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85666:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dan wel in een rechtsvorm met daarin overeenkomstige toepassing van Titel 9 Boek 2 BW zonder uitsluiting van art. 2:403 BW.
Of daaraan gelijk te stellen rechtsvorm.
Bijvoorbeeld omzetting in een niet onder Titel 9 Boek 2 BW vallende stichting of vereniging. Ook is te denken aan een coöperatie die wordt omgezet in een Eesv (art. 8 lid 1 Uitvoeringswet Eesv), en aan een fusie waarin een 403-rechtspersoon in de rechtsvorm van een NV of BV verdwijnt in een verkrijgende kapitaalvennootschap, opgericht naar het recht van een andere lidstaat.
Een rechtspersoon die bevoegd is tot gebruik van het groepsregime, moet een rechtsvorm hebben als omschreven in art. 2:360 BW.1 Als zijn huidige rechtsvorm wijzigt in een rechtsvorm als omschreven in art. 2:360 BW2 verandert er uit dien hoofde voor de bevoegdheid tot gebruik van het groepsregime niets. Als omzetting zou geschieden in een andere rechtsvorm waarvoor Titel 9 Boek 2 BW niet geldt,3 houdt het gebruik van het groepsregime op. Dit brengt mee dat reeds voor het boekjaar waarin de omzetting plaatsvindt, het groepsregime niet kan worden gebruikt. Dit geldt ook voor de jaren voorafgaand aan het jaar van omzetting indien op het omzettingsmoment nog niet aan alle vereisten voor het gebruik van het groepsregime is voldaan.
De 403-aansprakelijke maatschappij kan als de 403-rechtspersoon is omgezet in een rechtsvorm waarin continuering van het groepsregime niet mogelijk is, tot de intrekking van haar 403-aansprakelijkstelling besluiten. Zou zij niet tot intrekking overgaan, dan blijft zij wel aansprakelijk voor de schulden uit de rechtshandelingen van de rechtspersoon wiens rechtsvorm is omgezet. Als zij tot intrekking besluit, kan zij dat doen vóór dan wel nÁ de omzetting van de rechtsvorm. Door de intrekking ontstaat voor deze maatschappij restaansprakelijkheid die niet kan worden beëindigd zolang zij en de rechtspersoon met gewijzigde rechtsvorm tot dezelfde groep behoren.
Ten aanzien van een voorgenomen omzetting van een NV in bepaalde rechtsvormen, niet zijnde een BV, en van een BV in bepaalde rechtsvormen, niet zijnde een NV, hebben schuldeisers van de NV respectievelijk BV een verzetrecht (art. 2:71 lid 2 jo. art. 2:100 BW respectievelijk art. 2:182 BW). Het verzet van een tijdig in verzet gekomen schuldeiser wordt afgewezen indien hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat als gevolg van de omzetting twijfel omtrent de voldoening van zijn vordering gewettigd is en dat de vennootschap onvoldoende waarborgen heeft gegeven voor de voldoening van zijn vordering. Voor iedere schuldeiser die dat verlangt, moet de vennootschap zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering tenzij hij voldoende waarborgen heeft of zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.