Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/10.4.10:10.4.10 Reflecties op het model van voorlopige preventieve maatregelen
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/10.4.10
10.4.10 Reflecties op het model van voorlopige preventieve maatregelen
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de introductie van het model van voorlopige preventieve maatregelen is gepoogd een aanzet te geven voor de ontwikkeling van een nieuw wettelijk kader voor voorlopige hechtenis van minderjarigen dat aansluit bij de uitgangspunten van het internationale en Europese kader van kinder- en mensenrechten. Hierbij is getracht tegemoet te komen aan de in paragraaf 10.3.1 gesignaleerde knelpunten die besloten liggen in het huidige schorsingsmodel en wettelijke kader van voorlopige hechtenis en in de weg kunnen staan aan een adequate bescherming van minderjarige verdachten tegen onrechtmatige en willekeurige bevelen tot voorlopige hechtenis. In de onderstaande afsluitende reflecties wordt gerecapituleerd waarom en hoe het model van voorlopige preventieve maatregelen, als dit in de plaats zou komen van het schorsingsmodel, steviger waarborgt dat voorlopige hechtenis van minderjarigen op een rechtmatige, niet-willekeurige wijze en enkel als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur wordt toegepast. Hiervoor wordt achtereenvolgens ingegaan op de systematiek van het model van voorlopige preventieve maatregelen ten opzichte van het schorsingsmodel (par. 10.4.10.1), de wettelijke verankering van het doelgebonden karakter van voorlopige preventieve maatregelen en de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit (par. 10.4.10.2) en de herziene wettelijke termijnen in het model van voorlopige preventieve maatregelen (par. 10.4.10.3). Vervolgens wordt een potentieel risico van invoering van het model van voorlopige preventieve maatregelen uitgelicht: de mogelijke aanzuigende werking die in de nieuwe systematiek besloten ligt (par. 10.4.10.4). Tot slot wordt aandacht besteed aan de randvoorwaarden voor implementatie van het model van voorlopige preventieve maatregelen in de wetgeving en in de toepassingspraktijk (par. 10.4.10.5).
10.4.10.1 Systematiek van model van voorlopige preventieve maatregelen versus schorsingsmodel10.4.10.2 Doelgebondenheid, subsidiariteit en proportionaliteit10.4.10.3 Termijnen van voorlopige preventieve maatregelen10.4.10.4 Risico op aanzuigende werking?10.4.10.5 Implementatie van het model van voorlopige preventieve maatregelen