Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.6:6.3.4.6 Het verweerschrift en tegenverzoek (art. 282 Rv)
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.6
6.3.4.6 Het verweerschrift en tegenverzoek (art. 282 Rv)
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS617821:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Iedere belanghebbende kan tot de aanvang van de mondelinge behandeling een verweerschrift indienen (art. 282 Rv). Het verweerschrift kan zelfs nog in de loop van de mondelinge behandeling worden ingediend, maar dan is toestemming van de rechter nodig. Het indienen van een verweerschrift is niet verplicht en de belanghebbende kan volstaan met het voeren van mondeling verweer. Voor het schriftelijk verweerschrift gelden dezelfde eisen als voor het verzoekschrift, doordat art. 278 Rv op het verweerschrift van overeenkomstige toepassing is verklaard. In het KEI-wetsvoorstel wordt bepaald dat het verweerschrift moet bevatten de bewijsmiddelen waarover verweerder of belanghebbende kan beschikken tot staving van de gronden van zijn verweer, en de getuigen die hij daartoe kan doen horen (art. 30i lid 8 Rv ontwerp). Het verweerschrift mag een zelfstandig (tegen)verzoek bevatten, maar dit moet wel betrekking hebben op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek.
Uit de Recofa-enquête blijkt dat veel schuldeisers in art. 287a-procedures overgaan tot het indienen van een verweerschrift en dat de rechtbanken deze verweerschriften betrekken bij de beoordeling van de verzoeken. Art. 282 Rv en art. 30i Rv (ontwerp) zijn daarom goed toepasbaar. Eveneens goed toepasbaar is de regel dat een verweerschrift nog tijdens de zitting kan worden ingediend. Dit past bij het spoedeisend karakter van de procedures van art. 287 lid 4 en 287b.
De procedures van art. 287 lid 4, 287a en 287b lenen zich naar hun aard niet voor het doen van tegenverzoeken. Het gaat immers om procedures ten behoeve van een schuldenaar aan de vooravond van een eventuele schuldsaneringsregeling dan wel ten behoeve van een poging tot het treffen van een minnelijke regeling met zijn schuldeisers.