Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.3
2.3 Toetsing door de bestuursrechter: van geschreven recht naar (ook) behoorlijkheidsnormen
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685452:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Schuurmans 2021b, p. 205 schrijft dat het Nederlandse bestuursrecht ‘een sterk instrumentele functie [heeft] en [bij]draagt aan een effectieve uitvoering van bestuurstaken. Wet- en regelgeving formuleren bevoegdheden voor het bestuur en de normen die het daarbij in acht dient te nemen.’
Zie bijv. Schuurmans 2021b, p. 205. Zij wijst er bovendien op dat Nederland in Euro-peesrechtelijk perspectief afwijkt door de beginselen van behoorlijk bestuur vanuit bestuurlijk perspectief te normeren en niet in te kleuren vanuit subjectieve burgerrechten en het burgerperspectief.
De rechter toetst in beginsel vol als het bestuursorgaan gebonden beoordelingsruimte heeft en terughoudend wanneer het bestuursorgaan beleids- of beoordelingsvrijheid heeft. Zie over toetsingsintensiteit uitgebreid de in 2022 verschenen Nijmeegse bundel Toetsingsintensiteit. Een vergelijkende studie naar het variëren van de toetsingsintensiteit door de rechter.
In het bestuursrecht gaat het om de eenzijdige uitoefening van bestuursrechtelijke bevoegdheden. Bestuursrechtelijke wetgeving is er met name op gericht de bevoegdheden van bestuursorganen te normeren.1 De burger is vooral ‘ontvanger’ van besluiten. Zijn subjectieve rechten zijn veel minder aanwezig in de bestuursrechtelijke wet- en regelgeving.2 Dit maakt dat de aard van de bestuursrechtspraak verschilt van die van de civiele rechter, die juist moet oordelen over een geschil tussen in beginsel gelijkwaardige partijen en over de uitoefening van privaatrechtelijke bevoegdheden. De bestuursrechter moet oordelen over de uitoefening van bestuursrechtelijke bevoegdheden, waarbij geldt dat bestuursorganen vaak beslissingsruimte hebben. Die beslissingsruimte heeft gevolgen voor de toetsingsintensiteit van de bestuursrechter.3 In de bestuursrechtspraak heeft een ontwikkeling plaatsgevonden waarbij niet alleen wordt getoetst aan de wetmatigheid van besluiten, maar ook aan ongeschreven normen in de vorm van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Die toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is vervol-gens de afgelopen jaren intensiever geworden, hetgeen met name heeft geleid tot een grotere motiveringsplicht voor bestuursorganen bij hun besluitvorming.
2.3.1 Toetsing discretionaire bevoegdheden2.3.2 De taak van en toetsing door de bestuursrechter