Beleidsbepaling en aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.2.3.3:5.2.3.3 Conclusie
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.2.3.3
5.2.3.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254368:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vereenzelviging is een leerstuk dat in aansprakelijkheidskwesties vrijwel volledig in de ban is gedaan. Ik heb gepoogd enige nuancering te brengen in de opvattingen van tegenstanders. Mijns inziens bestaat er ruimte en is de tijd rijp voor een herbezinning van dit onderwerp. Vereenzelviging kan een welkom evenwicht bieden aan schuldeisers die zich in toenemende mate geconfronteerd zien met lege vennootschappen, onvermogende bestuurders en fraudefaillissementen. Enerzijds meen ik dat het gebruik van vereenzelviging beperkt moet blijven tot uitzonderingsgevallen. Hoewel het positieve effect van beperking van aansprakelijkheid op het investeringsklimaat niet is bewezen, blijkt het een belangrijke factor te zijn voor de keuze van ondernemers om hun onderneming door middel van een rechtspersoon te drijven. Bovendien is een afwenteling van ondernemingsrisico’s tot op zekere hoogte maatschappelijk aanvaardbaar. Anderzijds moet er een grens worden getrokken voor wat betreft het gebruik van rechtspersoonlijkheid. Die grens ligt in ieder geval daar waar dat gebruik uitmondt in misbruik. Een sluitende definitie van misbruik is echter niet te geven en gezien de weerbarstigheid van de praktijk wellicht ook niet wenselijk. Niettemin kan het vereenzelvigingsleerstuk mijns inziens een wapen vormen in de strijd tegen misbruik van rechtspersoonlijkheid. De tijd zal leren in hoeverre behoefte bestaat aan een dergelijk wapen, maar mijn verwachting is dat het gebruik van BV’s gelet op de betrekkelijke eenvoud van oprichting en exploitatie een verdere vlucht zal nemen, welke vlucht deze behoefte kan versterken. De rechtspraak laat inmiddels al zien oog te hebben voor de verwarring die kan ontstaan als gevolg van het gebruik van meerdere vennootschappen. Dat een gebrek aan transparantie kan leiden tot aansprakelijkheid leren ook de leerstukken over schijnhandelingen en toerekening. De omstandigheden die binnen deze kaders relevant worden geacht, sluiten mijns inziens bij elkaar, en het leerstuk van vereenzelviging, aan. Daarbij vormt het perspectief van de benadeelde de gemene deler.