Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.6.7
6.6.7 Het recht van bezwaar en beroep op grond van de Awb ten aanzien van de instemming van DNB met een overdracht van schadeverzekeringen
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950466:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De hiervoor genoemde jurisprudentie had betrekking op levensverzekeringen. Het besluit tot instemming voor een overdracht van natura-uitvaartverzekeringen wordt eveneens genomen op grond van art. 3:119 lid 4 Wft. Omdat de Wft-procedure voor levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen hetzelfde is, kan naar mijn mening in ieder geval worden aangenomen dat deze uitspraken in het geval van de overdracht van natura-uitvaartverzekeringen evenveel betekenis hebben als in het geval van overdracht van levensverzekeringen.
Deze rechten gelden dan ook ten aanzien van het instemmingsbesluit van DNB met een juridische fusie of juridische splitsing door een schadeverzekeraar.
Schreuder-Vlasblom 2017, p. 250-253.
Zie hoofdstuk 5.6.2.2.
De uitspraak van het CBb van 14 december 2021 heeft betrekking op het besluit van DNB op grond van art. 3:119 lid 4 Wft.1 Op grond van de argumentatie van het CBb kan er naar mijn mening ook bij andere besluiten van DNB sprake zijn van een grotere groep aan belanghebbenden in de zin van art. 1:2 Awb dan werd aangenomen. Ook ten aanzien van andere besluiten kan er daardoor sprake zijn van een grotere groep die het recht van bezwaar en beroep heeft, zoals beschreven in de Algemene wet bestuursrecht. DNB is blijkens rechtsoverweging 3.2 van de CBb-uitspraak zelf ook beducht “te worden geconfronteerd met een veel grotere kring aan belanghebbenden bij besluiten over de toepassing van deze en andere vergelijkbare wettelijke regimes uit de Wft waardoor de slagvaardigheid en efficiëntie van haar procedures en taken in het gedrang komt.”
Een ander besluit van DNB waar ik dan zelf bijvoorbeeld aan denk, is het instemmingsbesluit van DNB over een overdracht van een portefeuille met schadeverzekeringen.2 In het geval van overdracht van zo’n portefeuille is er geen verzetprocedure op grond van de Wft, maar kunnen verzekeringnemers op grond van art. 3:120 Wft gedurende drie maanden na dagtekening van de Staatscourant waarin de publicatie is geplaatst, dat de portefeuille is overgedragen, de verzekering opzeggen met ingang van de dag na afloop van deze termijn.
Ik meen dat op basis van de argumentatie van het CBb ook dan te verdedigen is, dat een polishouder gekwalificeerd kan worden als belanghebbende in de zin van de Awb. Ook hij kan door de portefeuilleoverdracht geraakt worden in zijn eigen, persoonlijke financiële positie. Dat hij de schadeverzekeringsovereenkomst op grond van art. 3:120 Wft kan opzeggen, doet daaraan naar mijn mening niet af. Aan iemand die als omwonende bezwaar wil maken tegen een door de gemeente verleende bouwvergunning,3 werpen we immers bijvoorbeeld ook niet tegen dat hij kan verhuizen. Het Wft-opzegrecht zal er echter wel toe leiden dat in de praktijk de kans waarschijnlijk klein is, dat een polishouder van een schadeverzekeraar gebruik maakt van het recht van bezwaar of beroep op grond van de Awb. Uitgesloten lijkt me dat echter zeker niet, bijvoorbeeld in het geval dat de portefeuilleoverdracht betrekking heeft op zakelijke schadeverzekeringen.
Overigens lijkt mij zelfs niet volledig uit te sluiten dat onder omstandigheden, nadat een risico waarvoor een schadeverzekering was afgesloten zich heeft verwezenlijkt, met betrekking tot die schadeverzekeringsovereenkomst ook de verzekerde eventueel gekwalificeerd zou kunnen worden als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb bij het instemmingsbesluit van DNB over een overdracht van een portefeuille met schadeverzekeringen waartoe de desbetreffende schadeverzekeringsovereenkomst behoort. Hetzelfde zou dan mogelijk zelfs kunnen gelden voor de benadeelde in het geval dat deze ten aanzien van de verzekeringsuitkering op grond van een specifieke wet een eigen recht4 heeft jegens die schadeverzekeraar.
De schadeverzekeraar die gebruik maakt van de toezichtrechtelijke route voor een portefeuilleoverdracht loopt dus strikt genomen het risico dat de portefeuilleoverdracht door een herroeping van het instemmingsbesluit nietig blijkt te zijn.
De hierna in hoofdstuk 6.6.9 opgenomen aandachtspunten voor de overdrachten van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen zijn wat mij betreft dus bij “gewone” portefeuilleoverdrachten van schadeverzekeringen, indien daarbij voor de toezichtrechtelijke route wordt gekozen, in beginsel van overeenkomstige toepassing.