De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.5.6:6.4.5.6 Voorbereidende en hulpwerkzaamheden
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.5.6
6.4.5.6 Voorbereidende en hulpwerkzaamheden
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395266:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een inrichting die voorbereidende en hulpwerkzaamheden verricht, wordt in het OESO-Modelverdrag niet als vaste inrichting aangemerkt. In principe voldoen deze inrichtingen wel aan de voorwaarden om een vaste inrichting te vormen, maar zij worden expliciet uitgezonderd, omdat hun activiteiten verder van de feitelijke winstrealisatie van de buitenlandse onderneming afstaan. In de omzetbelasting bestaat de vraag of een inrichting die geen prestaties verricht aan derden als vaste inrichting kwalificeert. Als het begrip vaste inrichting op vergelijkbare wijze moet worden uitgelegd als het begrip vaste inrichting in het OESO-Modelverdrag, zou uit het feit dat de voorbereidende en hulpwerkzaamheden in de omzetbelasting niet zijn uitgezonderd, kunnen worden afgeleid dat een inrichting die dergelijke werkzaamheden verricht wel degelijk als vaste inrichting kan worden aangemerkt. Zij voldoen volgens het OESO-commentaar immers aan de voorwaarden voor een vaste inrichting. De redenering dat de activiteiten verder van de winstrealisatie staan vormt voor de omzetbelasting uiteraard geen argument. In verband met het feit dat het in de directe belastingen gaat om de toewijzing van heffingsbevoegdheid over de winst van de ondernemer zelf en in de omzetbelasting om het toewijzen van heffingsbevoegdheid over het verbruik van een ander dan de ondernemer en vanwege het Europees karakter van de omzetbelasting, zal daarom voorzichtig worden omgegaan met de vergelijking tussen beide begrippen. Interessant is tevens dat diverse inrichtingen die elk afzonderlijk beschouwd activiteiten verrichten die als voorbereidende of hulpwerkzaamheden worden bestempeld toch een vaste inrichting kunnen vormen in de zin van het OESO-Modelverdrag als zij niet geografisch en organisatorisch gescheiden zijn en hun werkzaamheden in hun totaliteit beschouwd niet als voorbereidende of hulpwerkzaamheden kunnen worden aangemerkt. De vraag rijst of ook in de omzetbelasting verscheidene inrichtingen in hetzelfde land samen een vaste inrichting kunnen vormen. Ten slotte kan ten aanzien van e-commerce worden opgemerkt dat ook in de directe belastingen de vraag wordt gesteld hoe hier mee moet worden omgegaan voor wat betreft het toekennen van heffingsbevoegdheden, maar dat (voorlopig) de bestaande criteria worden aangelegd.