Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.8.2.2
6.8.2.2 Grenzen aan wijze van financiering van overheidsschulden
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS454079:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit betreft het huidige artikel 123 VWEU.
De discussie over de verhouding tussen deze bepaling en het opkopen van staatsobligaties door de ECB ten tijde van de eurocrisis zal in par. 8.8 nader belicht worden.
Verordening (EG) nr. 3603/93 (PbEG 1993, L 332/1) van 13 december 1993 tot vaststelling van de definities voor de toepassing van de in artikel 104 en artikel 104B, lid 1, van het Verdrag vastgelegde verbodsbepalingen.
Devroe & Wouters 1996, p. 411.
Dit betreft het huidige artikel 124 VWEU.
Verordening (EG) nr. 3604/93 (PbEG 1993, L 332/4) van 13 december 1993 tot vaststelling van de definities voor de toepassing van het in artikel 104A van het Verdrag vastgelegde verbod op bevoorrechte toegang.
Dit betreft het huidige artikel 125 VWEU.
De discussie over de verhouding tussen de no bail out-clausule en de steunmaatregelen ten tijde van de eurocrisis zal in par. 8.6 aan bod komen.
Het huidige artikel 122, tweede lid, VWEU.
Een tweede groep bepalingen waar met betrekking tot de economische unie op gewezen moet worden, is artikel 104 tot en met 104B EG-verdrag. Deze artikelen gaan over de financiering van overheidsschulden en zijn op grond van artikel 109E, derde lid, EG-verdrag van toepassing sinds de start van de tweede fase van de EMU.
Artikel 104 EG-verdrag1 verbiedt kredietfaciliteiten voor ‘instellingen of organen van de gemeenschap, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten’ (hierna: de gemeenschap en overheden) bij de ECB of de centrale banken van de lidstaten. De ECB en nationale centrale banken mogen de gemeenschap en overheden geen voorschotten verlenen in rekening-courant en mogen geen schuldbewijzen rechtstreeks van de gemeenschap of overheden kopen.2 Dit wordt het verbod op monetaire financiering genoemd. Nadere definities hierover zijn, op grond van artikel 104B, tweede lid, EG-verdrag vastgesteld in een aparte verordening.3 Door te verbieden dat de gemeenschap en overheden geld kunnen lenen bij centrale banken of de ECB, waarborgt artikel 104 EG-verdrag de onafhankelijkheid van deze banken ten opzichte van de gemeenschap en de lidstaten. In dat kader is deze bepaling eerder monetair dan economisch te noemen.4 Dat deze toch in het hoofdstuk over economisch beleid is geplaatst, is echter, gelet op het doel ervan, niet vreemd. Men wil op deze wijze immers begrotingsdiscipline bewerkstelligen door de gemeenschap en overheden te verbieden geld te lenen bij centrale banken of de ECB, hetgeen onderdeel uitmaakt van het economisch beleid.
Het tweede artikel, artikel 104A EG-verdrag,5 verbiedt vervolgens een bevoorrechte toegang van de gemeenschap en overheden tot financiële instellingen. Ook hierover is een verordening vastgesteld met nadere definities.6
Artikel 104B EG-verdrag7 regelt tot slot dat de gemeenschap en de lidstaten niet aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van overheden en dat zij deze verbintenissen niet overnemen. Deze zogeheten no bail out-clausule was bedoeld om begrotingsdiscipline te promoten. Door specifiek in het verdrag op te nemen dat andere lidstaten niet verantwoordelijk zijn voor de schulden van één lidstaat, zou die lidstaat gedwongen worden om de eigen begrotingssituatie op orde te krijgen. Mocht dat immers niet lukken, dan zou die lidstaat een hogere rente voor de overheidsschuld moeten betalen, waardoor dat land zich extra zal inspannen om het overheidstekort terug te dringen, zo was de gedachte.8 In artikel 103A, tweede lid, EG-verdrag9 wordt een uitzondering op deze hoofdregel gecreëerd: in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, kan de Raad onder bepaalde voorwaarden communautaire financiële bijstand aan de betrokken lidstaat verlenen.