Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.3.4:5.6.3.4 Richtlijnen van de Raad van de Europese Unie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.3.4
5.6.3.4 Richtlijnen van de Raad van de Europese Unie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS419877:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 249 EG.
HvJ EG 18 december 1997, nr. C-129/96 (Inter-Environnement), ECR 1997, p. I-7411.
HvJ EG 19 november 1991, gev. zaken C-6/90 en C-9/90 (Francovich en Bonifaci), NJ 1994, 2 (A-G Mischo).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Europese richtlijnen moeten door de lidstaten in de nationale wetgeving worden geïmplementeerd.1 Indien aan de implementatie een termijn is gesteld, is het van belang dat die implementatie binnen die termijn geschiedt. Zodra de implementatietermijn is verlopen, kan een rechtstreeks beroep op de richtlijn worden gedaan. Gedurende de implementatietermijn heeft een richtlijn geen rechtstreekse werking. De wetgever mag in die periode evenwel geen maatregelen doorvoeren die de implementatie van de richtlijn ernstig in gevaar kunnen brengen.2 Indien een richtlijn uiteindelijk niet of niet correct is omgezet in de nationale wetgeving, kunnen particulieren de lidstaat aansprakelijk stellen voor de schade die hieruit voortvloeit.3
Vanaf het moment dat een richtlijn is vastgesteld, mogen belastingplichtigen erop rekenen dat de richtlijn uiterlijk op de in de richtlijn vermelde datum wordt geïmplementeerd in de nationale wetgeving. De voorzienbaarheidsfactor bedraagt voor particulieren en ondernemers en rechtspersonen daarom 5.