Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.7.3:11.7.7.3 Beschouwing van Commentary 7.1
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.7.7.3
11.7.7.3 Beschouwing van Commentary 7.1
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258762:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 11 mei 2017, nr. C-59/16 (The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën), ECLI:EU:C:2017:362, r.o. 25.
Conclusie 34 van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) betreffende de behandeling van opslagkosten.
HvJ EEG 23 november 1977, nr. 38/77 (Enka BV tegen Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen te Arnhem), ECLI:EU:C:1977:190.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit Commentary 7.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO lijkt niet te volgen: i) wanneer opslag- en daaraan gerelateerde kosten verband houden met het vervoer van de ingevoerde goederen, en ii) hoe opslagkosten en daaraan gerelateerde kosten worden behandeld indien goederen in het douanegebied van de Europese Unie worden opgeslagen. Op voornoemde twee punten wordt hierna ingegaan.
Ten aanzien van het eerste punt kan worden opgemerkt dat het vierde scenario zich onderscheidt van het tweede en derde scenario, omdat de goederen in het vierde scenario kortstondig worden opgeslagen in afwachting van hun (verdere) vervoer, terwijl in het tweede en derde scenario de goederen voor een langere periode worden opgeslagen en de opslag geen verband houdt met het vervoer van de ingevoerde goederen. Commentary 7.1 voorziet echter niet in verdere richtsnoeren om te bepalen of de opslag verband houdt met het vervoer van de ingevoerde goederen. Uit het The Shirtmakers BV tegen Staatssecretaris van Financiën-arrest kosten:1
“[…] verband […] houden met de overbrenging van goederen naar het douanegebied van de Unie, ongeacht of die kosten inherent zijn aan of noodzakelijk zijn voor het feitelijke vervoer van die goederen.”
De ‘hobbel’ om de opslagkosten aan te merken als kosten van vervoer lijkt betrekkelijk laag gegeven voornoemde overweging. De Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) lijkt enige nuance aan te brengen in Conclusie 34. In dit instrument stelt zij dat sprake is van kosten vervoer, indien de activiteiten waarvoor de kosten worden gemaakt functioneel zijn aan en onmisbaar zijn bij het vervoer van de ingevoerde goederen.2 Dit zal per geval afzonderlijk moeten worden nagegaan. Dat laatste brengt met zich dat het niet mogelijk is om een limitatieve lijst met alle hoofd- en nevenkosten te publiceren die verband houden met het vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Europese Unie.
Ten aanzien van het tweede punt wordt in Commentary 7.1 aangegeven dat wanneer de koper voor eigen rekening de goederen opslaat in het douanegebied van de Europese Unie, deze kosten geen onderdeel behoren uit te maken van de douanewaarde. De Technische commissie douanewaarde van de WDO spreekt zich echter niet uit over de behandeling van kosten gerelateerd aan de opslagkosten en de situatie dat de voor rekening van de verkoper de goederen in het douanegebied van de Europese Unie worden opgeslagen. In het Enka BV tegen Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen te Arnhem-arrest oordeelt het Hof van Justitie dat de door de koper betaalde of te betalen prijs niet de kosten van opslag en bewaring in goede staat van goederen tijdens hun verblijf in een entrepot op het grondgebied van de Europese Unie omvat.3 Sterker, indien zij daarin zijn opgenomen, dan moet de prijs zodanig worden aangepast dat deze elementen daarin niet langer zijn opgenomen. Ik merk daarbij op dat het arrest is gewezen ten tijde dat in Richtlijn 69/74 in artikel 10, lid 2, sub d, was opgenomen dat (onderstreping MLS):
“in de douanewaarde moeten niet worden begrepen de kosten voor opslag en bewaring in goede staat van de goederen tijdens hun verblijf in de entrepots, die een koper draagt, wanneer de door hem betaalde of te betalen prijs basis voor de waardebepaling is”
De aan de opslag verwante kosten lijken derhalve hetzelfde regime te volgen als de opslagkosten. Wel lijkt uit voorgaande uitspraak en wetsbepaling afgeleid te kunnen worden dat de kosten enkel buiten de douanewaarde blijven als de kosten voor rekening van de koper komen. Echter, zonder aan te geven wie de opslagkosten draagt, is in artikel 86, lid 1, eerste alinea, DWU een bepaling met dezelfde strekking opgenomen, dat luidt:
“Indien voor onder een douaneregeling of in tijdelijke opslag geplaatste goederen in het douanegebied van de Unie kosten voor opslag of gebruikelijke behandelingen zijn ontstaan, worden deze kosten of de waardevermeerdering niet in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag aan invoerrechten voor zover de aangever afdoende bewijs van het bestaan van die kosten levert.”
Uit voorgaand wetsartikel lijkt afgeleid te kunnen worden dat zelfs indien de opslagkosten of daaraan gerelateerde kosten voor de opslag van de goederen in het douanegebied van de Europese Unie voor rekening van de verkoper komen, zij buiten de douanewaarde behoren te blijven. Indien zij desondanks in de werkelijke betaalde of te betalen prijs zijn begrepen, mogen zij, voor zover zij te onderscheiden zijn, in aftrek worden gebracht overeenkomstig artikel 72, onderdeel a, DWU.