Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/7.4.2:7.4.2 De twee dimensies van oneigenlijke vermenging
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/7.4.2
7.4.2 De twee dimensies van oneigenlijke vermenging
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS398818:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat oneigenlijke vermenging vooral een bewijsprobleem is: het is niet mogelijk het eigendomsrecht uit te oefenen, omdat vanwege het ontbreken van individuele kenmerken niet kan worden bewezen welke zaak voorwerp is van het eigendomsrecht. Indirect kan oneigenlijke vermenging echter ook betrekking hebben op de vraag óf het eigendomsrecht nog (voort)bestaat, omdat soms vanwege het feit dat het eigendomsrecht niet meer kan worden aangewezen überhaupt niet kan worden vastgesteld of het eigendomsrecht nog bestaat. Het komt mij voor dat in het gros der gevallen tot een bevredigende oplossing van de problematiek van de oneigenlijke vermenging kan worden gekomen, wanneer men deze twee aspecten van elkaar onderscheidt en afzonderlijk behandelt: (i) onduidelijkheid over het bestaan van het eigendomsrecht en (ii) onduidelijkheid over de zaak waarop het eigendomsrecht betrekking heeft.
Ad (i). Gewoonlijk bestaat er geen onduidelijkheid over de vraag of het eigendomsrecht van de verkoper nog bestaat, indien hij meerdere identieke zaken aan de koper heeft geleverd. Veelal is het echter toegestaan dat de koper uit de oneigenlijk vermengde hoeveelheid zaken vervreemdt in zijn normale bedrijfsuitoefening. In een dergelijk geval is het mogelijk dat het eigendomsrecht van de verkoper door bevoegde vervreemding is tenietgegaan, hetgeen ogenschijnlijk echter niet kan worden vastgesteld, omdat de nog bij de koper aanwezige zaken geen bijzondere kenmerken hebben, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld aan wie ze toebehoren. Dit probleem speelt derhalve uitsluitend bij wisselende voorraden, dat wil zeggen: voorraden waaraan (doorlopend) nieuwe zaken worden toegevoegd aan de oneigenlijk vermengde hoeveelheid en daaruit ook zaken worden vervreemd.
Ad (ii). Als wel duidelijkheid bestaat (of is verkregen) over de vraag wie eigenaar is van een of meer zaken die oneigenlijk zijn vermengd, rijst vervolgens de vraag op welke zaak uit de oneigenlijk vermengde hoeveelheid dit recht betrekking heeft. Het is met name dit aspect dat de kern van de problematiek van de oneigenlijke vermenging vormt.
Deze beide aspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld.
7.4.2.1 Onduidelijkheid over het bestaan van het eigendomsrecht7.4.2.2 Onduidelijkheid over de zaak waarop het eigendomsrecht betrekking heeft