Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.4:5.4 Herziening eindtermen basisonderwijs 1995
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.4
5.4 Herziening eindtermen basisonderwijs 1995
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977351:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Door het Instituut voor Publiek en Politiek zijn initiatieven genomen als de lessenserie over de Kindergemeenteraad, Nieuwsbrief, april 2003, p. 7-8. In 's-Hertogenbosch is in 1968 een jongerengemeenteraad ingesteld met schrijver dezes van 1969-1971 als voorzitter.
P. van der Ploeg e.a., De overheid als bovenmeester, Baarn: Intro 1999, p. 48-49, 76.
Voor recht als apart vak is in de Wvo geen ruimte na de koppeling aan economie.
Van der Ploeg e.a. 1999, p. 60.
Ibid., p. 60 (Overleg met vaste commissie voor O & W, 29 oktober 1997).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kerndoel kennis van het landelijk bestuur
In 1995 vindt de vijfjaarlijkse herziening van de eindtermen basisonderwijs plaats. Hieruit blijkt dat meer ruimte moet worden gegeven aan: (a) educaties, (b) de ontwikkeling van attitudes als brede vorming, (c) de pedagogische opdracht en (d) emancipatie. In 1996 voegt de staatssecretaris de vorming tot democratisch burger toe aan de pedagogische opdracht op advies van het Platform Pedagogische Opdracht (PPO).1 De term ‘attitude’ is, op verzoek van de vaste commissie voor O &W, uit de voorstellen gehaald: ‘Deze past niet in de definitie van kerndoel in de Wbv; bovendien kan deze in strijd komen met de onderwijsvrijheid (artikel 23 Gw)’.2
De kerndoelen geschiedenis bevatten een chronologisch bestand. Bij de herziening is de invloed van de politiek vergroot. De pijlen richten zich op het vastleggen van kennis over: (a) Europa, (b) roldoorbreking, (c) waarden en normen en (d) democratisch burgerschap. De in par. 4.26 vermelde kritiek van Van der Ploeg e.a.3 richt zich op het sterk articuleren van de kerndoelen met maatschappelijke en politieke prioriteiten in plaats van op de pedagogische criteria. Daarenboven richt deze zich tegen het ‘door de wetgever te veel in details regelen’.4 De commissie voor O&W reageert hierop ad hoc met het invullen van het kerndoel kennis van het landelijk bestuur met ‘kennis van regering en Staten-Generaal’, waarop e staatssecretaris het kerndoel in deze zin bijstelt.5