Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/441
441 ‘Rule of reason’
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371450:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Gallin v. National City Bank, 152 Misc. 679, 273 N.Y.S. 87, June 15 (1934), 703, 114 onder verwijzing naar Heublein v. Wight (D. C.) 227 F. 667; Berendt v. Bethlehem Steel Corp., 108 N. J. Eq. 148, 154 A. 321; Shera v. Carbon Steel Co. (D. C.) 245 F. 589, 591; Church v. Harnit, 35 F.(2d) 499, 502 (C. C. A., 6th, 1929); Putnam v. Juvenile Shoe Corp., 307 Mis. 74, 269 S. W. 593, 40 A. L. R. 1412; Venner v. Borden Co., N. Y. Sup. Ct., decided October 11, 1927; Scott v. P. Lorillard Co., 108 N. J. Eq. 153, 154 A. 515 (1931).
Volgens Wells bestond er onduidelijkheid over de vraag of er sprake was van ‘waste’ indien er geen relatie bestond tussen de bezoldiging en de verleende diensten of dat de bezoldiging moest voldoen aan de ‘rule of reason’. Aangezien de rechtbank, na expliciet aangegeven te hebben dat de bezoldiging in verhouding diende te staan tot de verleende diensten, direct overgaat tot de rule of reason, dient mijns inziens de gegeven rule of reason gezien te worden als een uitwerking van de ‘verleende diensten’. De rule of reason lijkt daarbij breder opgezet te zijn, aangezien niet alleen gekeken wordt naar de inspanning van de bestuurder, maar ook naar zijn kwaliteiten. Ook blijkt uit de rule of reason dat het niet alleen gaat om de verrichte inspanningen van de bestuurder, maar ook om het gehele succes van de onderneming, onafhankelijk van het feit of dit succes een resultante is van de inspanning van de bestuurder of van externe omstandigheden. Wells 2010, p. 728/729.
Vervolgens gaat de rechtbank in op de ‘rule of reason’ ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders.
“To come within the rule of reason, the compensation must be in proportion to the executive’s ability, services and time devoted to the company, difficulties involved, responsibilities assumed, success achieved, amounts under jurisdiction, corporation earnings, profits and prosperity, increase in volume or quality of business or both, and all other relevant facts and circumstances; nor should it be unfair to stockholders in unduly diminishing dividends properly payable.”1
Met de ‘rule of reason’ geeft de rechtbank een maatstaf om te bezien in hoeverre een bezoldiging in relatie staat tot de verleende diensten.2 De bezoldiging dient in verhouding te staan tot de capaciteiten en inspanningen van de bestuurder, tot de moeilijkheden en verantwoordelijkheden van de functie, tot het succes van de onderneming en alle andere relevante factoren en omstandigheden. Als beperkende factor wijst de rechtbank op het feit dat de bezoldiging niet oneerlijk mag zijn tegenover aandeelhouders, doordat zij de naar behoren uit te keren dividenden onnodig verminderen. Deze maatstaf geeft enerzijds handvatten aan directors bij het bepalen van een redelijke bezoldiging. Anderzijds maakt de dusdanig brede formulering duidelijk dat een bezoldiging slechts in uitzonderlijke gevallen aangemerkt kan worden als niet in relatie staand tot de verleende diensten.