Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.7.1:7.7.1 Verbreding van de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.7.1
7.7.1 Verbreding van de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS296531:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste versterking is de in hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.3., geïntroduceerde suggestie om de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW te verbreden. Op grond van artikel 3:13 BW is het voor iedere belanghebbende bij de vennootschap met een ‘voldoende belang’ mogelijk om een beroep te doen op de beperkende werking van de norm, inhoudende dat de aandeelhouder iets niet mag doen. Daarentegen is de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 lid 1 BW in reikwijdte beperkt tot de ‘institutioneel betrokkenen’,1 als gevolg waarvan de positive norm, de verplichting om iets te doen, alleen kan worden afgedwongen door andere institutioneel betrokkenen. Dit heeft – zoals aangegeven – tot gevolg dat een belanghebbende die niet behoort tot de kring van institutioneel betrokkenen, maar wel een voldoende belang heeft, een aandeelhouder niet kan verplichten tot een doen, maar slechts tot een laten.2
Om deze beperking van de belanghebbende, die geen institutioneel betrokkene is, op te heffen, kan ervoor worden gekozen om de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW zo aan te passen dat het niet langer gaat over ‘Een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken’, maar over ‘Een rechtspersoon en de bij de rechtspersoon betrokken belanghebbenden’. Deze verbreding sluit mijns inziens niet alleen dogmatisch en systematisch beter aan bij het stakeholdersmodel en de wisselwerking tussen misbruik van bevoegdheid en de redelijkheid en billijkheid, maar verbreedt ook de mogelijkheden voor niet institutioneel betrokkenen met een voldoende belang om te dwingen iets te doen, in plaats van slechts om iets te laten.