Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/385
Aanvangsdatum wettelijke rente in geval van periode waarin meermalen ontuchtige handelingen zijn gepleegd.
HR 26-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:466
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00231
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:466, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:83, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
Aanvangsdatum wettelijke rente niet zonder meer begrijpelijk, gelet op de periode waarin meermalen ontuchtige handelingen zijn gepleegd.
Samenvatting
Het hof heeft vastgesteld dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden doordat verdachte in de periode van 1 maart 2016 tot en met 31 augustus 2016 ‘meermalen’ ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd. Het hof heeft vervolgens de vordering van de benadeelde partij toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd tot een bedrag van € 2.500, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2016. Niet zonder meer begrijpelijk is het oordeel van het hof dat de schade die het gevolg ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.