Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.5.1.2
2.5.1.2 Standpunten die door een belastingrechter in feitelijke instantie in een andere maar vergelijkbare zaak zijn gevolgd
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571149:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s-Gravenhage, 10 februari 1988, gepubliceerd BNB 1990/195, r.o. 11; Hof Amsterdam 20 augustus 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AJ6870, r.o. 5.19; Hof Arnhem 14 juli 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AQ8939, r.o. 7-8.
Hof Amsterdam 7 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4633, r.o. 6.15 (strafmaatverweer). In HR 15 oktober 2010, BNB 2011/12, ECLI:NL:HR:2010:BO0402, r.o. 4, heeft de belastingkamer van de Hoge Raad ambtshalve een boete verminderd naar aanleiding van de stelling van de Staatssecretaris van Financiën dat er in het licht van gestelde prejudiciële vragen in een andere zaak kan worden volgehouden dat er sprake is van een pleitbaar standpunt.
Hof ’s-Hertogenbosch 25 april 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6625, r.o. 4.13; Hof Arnhem 7 april 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BI1452, r.o. 4.11.
Hiervoor is besproken dat een rechtskundig standpunt van de belastingplichtige in het belastinggeschil dat door een belastingrechter in eerdere instantie is gevolgd, door de belastingrechter in de volgende instantie die dat standpunt niet heeft overgenomen in beginsel als een pleitbaar standpunt wordt aangemerkt.
In het verlengde daarvan is door de belastingrechter in feitelijke instantie geoordeeld dat een uitspraak van een andere belastingrechter in feitelijke instantie in een vergelijkbare zaak waarin het rechtskundige standpunt van de belastingplichtige in het belastinggeschil is gevolgd, in de voorliggende zaak waarin dat standpunt niet is gevolgd ook een pleitbaar standpunt meebrengt.1
Het ligt voor de hand dat de veronderstelling dat een onjuiste rechtskundige beslissing van een belastingrechter in beginsel het gevolg is van een voldoende verdedigbare interpretatie of toepassing van het belastingrecht, niet alleen van toepassing is op een onjuiste beslissing van een belastingrechter in eerdere instantie in dezelfde zaak, maar ook van toepassing is op een onjuiste beslissing van een belastingrechter in feitelijke instantie in een vergelijkbare zaak. Het is daarom niet vreemd dat een standpunt dat in een andere, maar vergelijkbare zaak door een belastingrechter in feitelijke instantie is gevolgd ook als een pleitbaar standpunt wordt beschouwd. Hetzelfde geldt voor een standpunt naar aanleiding waarvan in een andere, maar vergelijkbare zaak door een belastingrechter prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn gesteld,2 en voor een standpunt dat in een andere, maar vergelijkbare zaak tot een conclusie van een A-G heeft geleid.3
Uiteraard is wel steeds vereist dat de rechtskundige vraag vergelijkbaar is.4