Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.3.2.1
IV.8.3.2.1 Lichamelijke fixatie
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453189:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM (GK) 6 april 2000, appl. no. 26772\95, r.o. 120 (Labita vs. Italië) en EHRM 3 mei 2012, appl. no. 23880/05 (Salikhov vs. Rusland) en EHRM 18 oktober 2012, appl. no. 37679/08 (Bures vs. Tsjechische Republiek) en EHRM 25 juli 2013, appl. no. 32133/11 (Kummer vs. Tsjechische Republiek) en EHRM 16 december 2014, appl. no. 57123\08, r.o. 58 (Dimcho Dimov vs. Bulgarije). Zie ook HRC 25 oktober 2010, comm. no. 1818/ 2008 (McCallum vs. Zuid-Afrika) en HRC 22 maart 2011, comm. no. 1813/2008 (Akwanga vs. Kameroen).
EHRM 23 juli 2013, appl. no. 6343/11 (Gorea vs. Republiek Moldavië).
EHRM 3 oktober 2013 appl. no. 47137/07 (Tahirova vs. Azerbaidjan).
EHRM 11 december 2003, appl. no. 39084/97, r.o. 112-113 (Yankov vs. Bulgarije).
EHRM 31 maart 2009, appl. no. 14612/02, r.o. 47 (Wiktorko vs. Polen).
De afname van neurogeheugendetectie vindt plaats terwijl de verdachte volledig is gefixeerd zodat hij geen bewegingsvrijheid, bewegingsmogelijkheid heeft. Lichamelijke fixatie is een van de maatregelen die bijdragen aan betrouwbare afname van neurogeheugendetectie. Vanuit rechtsbeschermend perspectief is lichamelijke fixatie niet zonder meer geoorloofd. Het maakt namelijk inbreuk op de lichamelijke integriteit en vrijheid. In dit onderzoek kan dit worden beoordeeld in het licht van het recht op respect op menselijke waardigheid en het recht op respect voor privacy. De bescherming van het eerstgenoemde recht beslaat elke handeling die de verdachte vernedert. De vraag is dan of het volledig fixeren van de verdachte een vernederende behandeling is. Het recht op respect voor privacy beschermt verschillende, relatieve en absolute afgeschermde zones van het privéleven. De fysieke zone (of de fysieke privacy) is een onderdeel daarvan. Anderen hebben in beginsel geen toegang tot de relatieve afgeschermde, besloten fysieke zone van een persoon.
Verschillende gedragingen kunnen de lichamelijke en/of geestelijke veiligheid aantasten en daardoor als vernederend worden bestempeld. Het gaat dan kort gezegd om gedragingen die de persoon het gevoel geven dat hij inferieur is, hem angst aanjagen of bij hem letsel veroorzaken. Voorbeelden uit de rechtspraak zijn (grof) en onnodig geweld tegen personen die van hun vrijheid zijn beroofd,1 tijdens een arrestatie2 en ‘[w]hen a person is confrontedby police or other agents of the State’.3 Ook fysiek minder ingrijpende, maar niettemin vernederende, behandelingen zijn het scheren van het hoofdhaar als disciplinaire straf4 en het uitkleden door een agent van het andere geslacht.5 Deze voorbeelden verschillen natuurlijk in gradatie van de vernedering (zeker wanneer de zaken uit de rechtspraak van de HRC in ogenschouw worden genomen), maar zij overschrijden allen een minimum level of severity.
De enkele lichamelijke fixatie overschrijdt deze grens niet en is dus niet vernederend. De fixatie bij neurogeheugendetectie is ingrijpend omdat de verdachte een uur lang volledig wordt gefixeerd en de fixatie moet mogelijk met enig geweld worden afgedwongen. Normaliter wordt geen onnodig en/ of grof geweld gebruikt. Daarnaast levert de fixatie als zodanig geen lichamelijk letsel op of tijdelijke of permanente ‘brandmerkingen’. Tevens levert de fixatie in normale omstandigheden, waarbij de verdachte in voldoende mate wordt uitgelegd wat hem te wachten staat zonder dat deze uitleg de kwaliteit van het onderzoek aantast, geen gevoelens van angst of inferioriteit op. Juist door de procedure uit te leggen, de verdachte te laten bijstaan door een raadsman en arts wordt hij niet enkel als object gebruikt dat een test moet ondergaan. Als laatste is de termijn van de fixatie relatief kort, namelijk ongeveer een uur. De lichamelijke fixatie die noodzakelijk is voor de afname van neurogeheugendetectie levert geen vernederende behandeling op. De verdachte wordt niet in zijn eer, zijn zelfrespect aangetast door het enkele feit dat hij voor een uur wordt gefixeerd, waarbij uitleg over de procedure veel onzekerheid weg kan nemen.
Ter vergelijking met al bestaande opsporingsmethoden geldt dat in een iets mindere vergaande fixatie bijvoorbeeld ook in een verhoorsituatie kan worden toegepast. Agressieve, onberekenbare en/of onder invloed verkeren de verdachten moeten voor de veiligheid van de verhorende ambtenaren onder omstandigheden ook worden gefixeerd. De fixatie is daarbij minder volledig, namelijk alleen de armen en/of benen, maar kan wel langer duren afhankelijk van de duur van het verhoor. Lichamelijke fixatie is ook toegestaan bij het afnemen van lichaamsmateriaal bij verdachten die niet meewerken of het toedienen van braakmiddel bij verdachten die bolletjes drugs hebben ingeslikt (al valt de proportionaliteitstoets waarschijnlijk anders uit omdat door het inslikken van drugs het leven van de verdachte gevaar loopt en bewijsgaring niet het enige of belangrijkste doel is). Daarnaast is de lichamelijke fixatie, die ongeveer één uur duurt, veel minder ingrijpend dan een vrijheidsberovend dwangmiddel. Deze twee punten, te weten (1) dat lichamelijke fixatie bij andere opsporingsmethoden wordt gebruikt en; (2) dat onder bepaalde voorwaarden veel ingrijpende vrijheidsbeperkingen mogelijk zijn, leiden mijns inziens ook tot de conclusie dat de noodzakelijke lichamelijke fixatie bij de afname van neurogeheugendetectie normaliter geen vernederende behandeling is.
Dit geldt volgens mij ook voor de afgeschermde fysieke zone in de zin van het recht op respect voor privacy. Waarbij het verbod op vernederen als een absoluut verbod wordt gezien, is het recht op respect voor privacy dat niet bij de meeste afgeschermde privézones. Het iemand beschikbaar houden om te worden verhoord (waarbij hij eventueel wordt gefixeerd), de afname van lichaamsmateriaal voor een DNA-matchingsonderzoek en het in voorlopige hechtenis plaatsen van een verdachte vormen allemaal een inbreuk op het recht op respect voor privacy. Zij worden echter allemaal als gerechtvaardigde inbreuken op dat recht gezien. De noodzakelijke beperking van de bewegingsvrijheid bij neurogeheugendetectie lijkt mij het beste te zien als een combinatie van een verhoorsituatie en de afname van lichaamsmateriaal. Ten eerste wordt iemand namelijk achter een bureau geplaatst, gefixeerd en worden aan hem vragen gesteld, waarbij biologische parameters worden geregistreerd. Deze lichamelijke fixatie van één uur lijkt mij ook een gerechtvaardigde inbreuk op het recht op respect voor privacy bij bepaalde delicten. Dit is een minder lange periode dan bij vele verhoren, al is de fixatie bij neurogeheugendetectie vollediger. De afnameperiode van neurogeheugendetectie is verder minder langdurig en ingrijpend dan een vrijheidsbenemend dwangmiddel, het gaat namelijk om een een-urige fixatie tegenover zes uren bij het ophouden voor onderzoek, drie dagen inverzekeringstelling of meer dan drie maanden voorlopige hechtenis. Bij de vrijheidheidsbenemende dwangmiddelen wordt de verdachte weliswaar niet gefixeerd maar wel volledig van zijn vrijheid beroofd. Wat betreft de zwaarte van de inbreuk op de lichamelijke integriteit beschouw ik de lichamelijke fixatie bij de afname van neurogeheugendetectie maximaal een gradatie zwaarder dan die bij het verhoor. Het is echter een lichtere inbreuk dan bij een vrijheidsbenemend dwangmiddel. Dit maakt dat de lichamelijke fixatie bij de toepassing van neurogeheugendetectie in het licht van het recht op respect voor privacy bij een precieze wettelijke grondslag die een voorzienbare inbreuk regelt, proportioneel en subsidiair is en geen schending van de afgeschermde fysieke zone oplevert.