Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/4.5.1.3
4.5.1.3 Overtreding van de prudent person-regel
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS601007:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Een schending van de prudent person-regel impliceert dat er te veel risico wordt genomen. Dat leidt niet per se tot schade. Extra risico geeft immers meer kans op rendement. Het geeft echter ook meer kans op verlies. Zie par. 3.2.1.
Een zeer vergelijkbaar scenario deed zich voor in HR 25 november 1966, NJ 1967, 52 (Beschikking Beursverkeer 1947). Art. 5, Beschikking Beursverkeer 1947 verbood destijds de aankoop van effecten met geleend geld. De koper kocht in strijd met dit verbod met geleend geld effecten en beriep zich nadien op nietigheid van de overeenkomst wegens strijd met de wet. Het Hof oordeelde dat de wetsbepaling niet de strekking had om de geldigheid van daarmee strijdige rechtshandelingen aan te tasten, “omdat het toch niet de bedoeling van de wetgever kon zijn dat de verkoper de dupe werd van het voor hem oncontroleerbare feit dat de effecten werden gekocht met geleend geld”. De Hoge Raad ging mee in het oordeel van het Hof.
Voor premiepensioeninstellingen is de prudent person-regel opgenomen in art. 3:267b, lid 1, Wft.
Evenzo: De Serière 2011b, p. 192; Lieverse & Van ’t Westeinde 2004, p. 113-114; Raaijmakers & Silverentand 2011, p. 651-653; Busch 2014, p. 174 en Kuiper & Lutjens 2011a, p. 11-12.
Wanneer een pensioenfonds bij het (laten) afsluiten van transacties de prudent person-regel overtreedt, schaadt dat de belangen van zijn begunstigden.1 Aantasting van de verrichte transactie is een uiterst effectief instrument tot bescherming van het belang van de begunstigden. Dat schaadt echter ook het belang van de onschuldige derde met wie de transactie is gesloten. Hij zou de dupe worden van de wetsovertreding van het pensioenfonds, terwijl voor hem onmogelijk is te controleren of het fonds de prudent person-regel schendt.2 Een vernietiging leidt voorts tot ongedaanmakingsverplichtingen die onmogelijk of uiterst bezwaarlijk zijn uit te voeren. Dit leidt tot rechtsonzekerheid en mogelijk een ondermijning van de adequate functionering van de financiële markten. Dit zijn precies de redenen waarom de Wft een niet-aantastbaarheidsregeling bevat.
Bovendien zie ik geen reden waarom een schending van de prudent person-regel door een pensioenfonds tot een ander resultaat moet leiden dan bij schending van de prudent person-regel door een premiepensioeninstelling.3 In beide gevallen is de prudent person-regel ontleend aan de Pensioenrichtlijn.
Daarom concludeer ik dat ook de prudent person-regel niet de strekking heeft om daarmee strijdige rechtshandelingen aan te tasten.4