Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/4.5.1.2
4.5.1.2 Bepaling van de aantastbaarheid onder de Pensioenwet
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594107:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Nieuwenhuis wees er al op “dat slechts bij uitzondering blijkt of de geschonden wetsbepaling al dan niet de strekking heeft om de geldigheid van de rechtshandeling aan te tasten” (Nieuwenhuis 1985, p. 217).
Jurisprudentie met betrekking tot de aantastbaarheid van rechtshandelingen die in strijd zijn met pensioenregelgeving is beperkt tot art. 32 PSW. Dit artikel zag niet zozeer op de financieelrechtelijke kant van het pensioenrecht, maar meer op de pensioenadministratieve zijde. Het artikel verbood overeenkomsten tot afkoop van pensioenrechten. Het achtste lid van dat artikel bepaalde dat rechtshandelingen in strijd met het verbod nietig. Zie bijv. HR 21 september 2011, NJ 2001/617, RvdW 2001/145; Hof ’s-Hertogenbosch 4 oktober 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5139; Hof Arnhem 22 februari 2011, PJ 2011/62, m.nt. Van Marwijk Kooy.
Anders dan de Wft, bevat de Pensioenwet geen bepaling over de aantastbaarheid van rechtshandelingen die zijn verricht in strijd met de Pensioenwet. Voor elke bepaling in de Pensioenwet moet dus apart worden vastgesteld of zij de strekking heeft om daarmee strijdige rechtshandelingen aan te tasten.
De Pensioenwet noch de wetsgeschiedenis maken duidelijk of de prudent person-regel of de uitbestedingsvoorschriften de strekking hebben om daarmee strijdige rechtshandelingen aan te tasten.1 Relevante jurisprudentie ter zake ontbreekt.2 De strekking van deze bepalingen moet worden bepaald door interpretatie. Naast de criteria van de Hoge Raad, zijn ook de overwegingen die hebben geleid tot de niet-aantastbaarheidsregeling in de Wft daarbij behulpzaam.