Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.1.2.b:Kritiek op controletheorie
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.1.2.b
Kritiek op controletheorie
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS459217:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse en Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 247.
P.H. Blok, Het recht op privacy: Een onderzoek naar de betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse en Amerikaanse recht (diss. Tilburg), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 247.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net zoals de afzonderingstheorie heeft de controletheorie zwakke punten. Het eerste punt dat rijst, is of alle informatie die in verband kan worden gebracht met een persoon moet kunnen worden ‘gecontroleerd’ (of bijvoorbeeld met een beroep op het recht op vergetelheid moet worden verwijderd).1 Dit lijkt niet zo te zijn, omdat het controleren van publieke persoonlijke informatie onmogelijk is. Boodschappen doen zonder dat iemand, inclusief de winkelmedewerkers, weet wat wordt aangeschaft is (op dit moment) feitelijk alleen mogelijk als er geen andere klanten in de winkel aanwezig zijn, gebruik wordt gemaakt van een zelfscanner om te betalen (zonder dat daarvoor een klantenkaart verplicht is) en men geen winkelpersoneel tegenkomt. Een gedeelte van de privésfeer en de daarbij horen persoonlijke informatie speelt zich af in het openbaar. Niet alle persoonlijke informatie is derhalve te controleren.
Een tweede vraag die opkomt, is wat controleren in deze context betekent. Betekent controle ‘zeggenschap uitoefenen over het delen van informatie’ of moet de burger ‘de mogelijkheid krijgen om de informatie te laten vernietigen’ nadat die is ingezien door derden? Of betekent controleren alleen dat de burger ‘mag weten wat met zijn informatie wordt gedaan’? Volgens de Van Dale kan contoleren namelijk ‘toezicht uitoefenen over enig beheer’, ‘nagaan, nazien’ of ‘beheersen’ betekenen. Dit zijn drie verschillende vormen van ‘controle’: toezicht tijdens het gebruik van de informatie, achteraf nagaan wat met de informatie is gebeurd of bepalen wat met de informatie gebeurt. Deze drie vormen van controle zouden zeer verschillende rechten met betrekking tot de controle van persoonlijke informatie opleveren. In de controletheorie wordt niet duidelijk gemaakt welke vorm van controle normatief gewenst (of praktisch haalbaar) is.
Ten derde maakt de controletheorie niet duidelijk waarom informatie bescherming verdient. Waarom is de informatie dat ik vandaag een diepvriespizza kocht een inbreuk op mijn privacy die bescherming verdient? Daarnaast wordt ook niet duidelijk op basis van welke omstandigheden ik dien te beoordelen of deze informatie moet worden beschermd (als controleren beheersen betekent). Blok beargumenteert dat de private sfeer compleet uit beeld is verdwenen bij de controletheorie.2 Bij de controletheorie staat een vorm van zeggenschap over informatie centraal, zonder dat wordt gespecificeerd waarom burgers over welke informatie moeten kunnen beschikken. Juist een idee over wat de private sfeer inhoudt, kan duidelijk maken welke informatie op welke wijze controle verdient. Net zoals bij de afzonderingstheorie ontbreekt derhalve een aanduiding van een intrinsieke waarde, van de essentie van privacy.