Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.7:6.7 Splitsing van een recht van erfpacht op grond van art. 5:91 lid 2 BW
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.7
6.7 Splitsing van een recht van erfpacht op grond van art. 5:91 lid 2 BW
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS490434:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Uit de Parlementaire Geschiedenis van art. 5:91 BW blijkt dat artikel 3:186 BW bepaalt dat overdracht niet hetzelfde is als toedeling, nu laatstgenoemd wetsartikel een regeling geeft voor de overgang van het aan ieder der deelgenoten toegedeelde. Zie: MvA II, PG Boek 5, p. 313.
In de praktijk zal veelal zo een toestemmingsbeding zijn opgenomen in de vestigingsakte van het recht van erfpacht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 5:91 lid 1 BW bepaalt dat in de akte van vestiging van een recht van erfpacht bepaald kan worden dat het recht van erfpacht niet zonder toestemming van de eigenaar, overgedragen kan worden of toebedeeld.1 Lid 2 van dit artikel bepaalt dat tevens in de akte van vestiging opgenomen kan worden dat de erfpachter zijn recht niet zonder toestemming van de eigenaar kan splitsen door overdracht of toedeling van de erfpacht op een gedeelte van de zaak.
Hieruit kan men (indirect) afleiden dat het voor de erfpachter mogelijk is zijn recht te splitsen. Of hiervoor toestemming vereist is, hangt af van de vraag of partijen hierover iets bepaald hebben in de vestigingsakte.2
Art. 5:91 BW ziet niet op de constructie van ondererfpacht. Art. 5:93 BW geeft hiervoor een speciale regeling. Ook ziet het niet op een splitsing in appartementsrechten, aangezien dit geregeld is in art. 5:106 BW e.v. De vraag rijst dan ook op welke wijze art. 5:91 BW zich onderscheidt van laatstgenoemde artikelen. Alvorens tot beantwoording van die vraag te komen, zal besproken worden op welke manier de splitsing van art. 5:91 BW, splitsing van het onderliggende eigendomsrecht bewerkstelligt.
Hierbij is het van belang in het achterhoofd te houden dat art. 5:104 lid 2 BW, art. 5:91 BW van overeenkomstige toepassing verklaart op een zelfstandig recht van opstal, zodat daar waar gesproken wordt van ‘een recht van erfpacht’, ook gelezen kan worden: ‘een recht van opstal’.