Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.2:6.2 Het bepalen van de horizontale eigendomsgrenzen van grondstukken
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.2
6.2 Het bepalen van de horizontale eigendomsgrenzen van grondstukken
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS485511:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
We gaan terug naar het voorbeeld waar X een weiland bestaande uit vijf kadastrale percelen krijgt overgedragen. Deze percelen worden door hem onbezwaard verkregen. Verkrijgt X nu één eigendomsrecht, of verkrijgt hij vijf eigendomsrechten? Met andere woorden: valt de kadastrale grens samen met de eigendomsgrens? In het bovenstaande heb ik deze vraag reeds ontkennend beantwoord. Hoewel ik Ploegers stelling over wat een ‘erf’ is, niet deel, deel ik wel zijn mening dat de rechtstoestand de zaakseenheid bij grond bepaalt. In het voorbeeld vormen de vijf kadastrale percelen derhalve tezamen één eigendomsrecht, nu zij dezelfde rechtstoestand hebben: zij behoren alle vijf in (vol) eigendom toe aan X. Stel dat X een aangelegen stuk grond in (volle) eigendom verkrijgt, dan vindt hierdoor natrekking plaats, in die zin dat het eigendomsrecht op het grondstuk zich mede het nieuw verkregene omvat.
Anders gezegd: de horizontale eigendomsgrens van een grondstuk ligt daar, waar de rechtstoestand wijzigt. Wat nu als X een gedeelte van zijn eigendomsrecht bezwaart met een beperkt recht?