De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.7.1.2.1:II.7.1.2.1 Materiële rechtszekerheid
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.7.1.2.1
II.7.1.2.1 Materiële rechtszekerheid
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374098:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan een gegeven beschikking ontleent de geadresseerde concrete rechten, plichten en juridisch relevante verwachtingen.1 Intrekking van een begunstigende beschikking tast een dergelijke door de geadresseerde opgebouwde rechtspositie aan. Het is daarom dat de wijze waarop van de bevoegdheid tot intrekking gebruik wordt gemaakt, aan bepaalde eisen moet voldoen. Een belangrijk deel van deze eisen vloeit voort uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek het materiële rechtszekerheidsbeginsel. Dit beginsel normeert de uitoefening van de intrekkingsbevoegdheid in die zin dat het verbinden van terugwerkende kracht aan de intrekking slechts in specifieke gevallen is toegestaan. Een intrekking is in algemene zin immers nadelig voor de burger en het feit dat de intrekking (al dan niet volledige) terugwerkt tot een tijdstip in het verleden, maakt de nadelige gevolgen alleen maar groter. Dat neemt niet weg dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin het bestuursorgaan toch de mogelijkheid heeft een (begunstigende) beschikking met terugwerkende kracht in te trekken. Het betreft kort gezegd gevallen waarin de geadresseerde niet gerechtvaardigd mag vertrouwen op het (ongewijzigd) in stand blijven van de beschikking. Ook de intrekking ex nunc wordt door dit beginsel beperkt. Zo kan de rechtszekerheid ertoe nopen dat een overgangstermijn wordt geboden.2